Æthelbald van Mercia

Æthelbalds naam op het Ismere Diploma, een handvest uit 736

Æethelbald (ook wel gespeld als Aethelbald of Ethelbald)[1] (gestorven 757) was van 716 totdat hij in 757 werd vermoord, koning van Mercia, het gebied dat in Engeland nu bekendstaat als de Midlands. Æthelbald was de zoon van Alweo en een kleinzoon van Eowa, een broer van Penda. Æthelbald kwam na de dood van zijn neef, koning Ceolred op de troon. Ceolred had hem eerder in ballingschap gestuurd. Tijdens zijn lange regering werd Mercia het dominante koninkrijk van de Angelsaksen. Æthelbald slaagde erin om de preëminente positie te herstellen die Mercië in de zevende eeuw onder de sterke Mercische koningen Penda en Wulfhere had genoten.

Toen Æthelbald op de troon kwam werden zowel Wessex als Kent door sterkere koningen regeerd, maar binnen vijftien jaar beschrijft de contemporaine chroniqueur Bede dat Æthelbald geheel Engeland bezuiden de rivier Humber regeerde. De Anglo-Saxon Chronicle neemt Æthelbald niet op in de lijst van Bretwalda's, of "Heersers van Britannia", maar dit kan te maken hebben met de West-Saksische oorsprong van deze Kroniek.

Sint-Bonifatius schreef Æthelbald rond het jaar 745 een bestraffende brief waarin hij hem aansprak op zijn losbandige leven en op zijn ongodsdienstig gedrag. De kort daarna, in 747, georganiseerde kerkvergadering van Clovesho en een charter dat Æthelbald in 749 in Gumley deed uitvaardigen en dat de kerk van een aantal eerder opgelegde verplichtingen ontsloeg, kunnen reacties zijn geweest op deze brief van Bonifatius. Æthelbald werd in 757 door zijn eigen lijfwachten gedood. Hij werd aanvankelijk opgevolgd door Beornred, over wie verder weinig bekend is, maar binnen een jaar na Æthelbalds dood had Offa, de kleinzoon van Æthelbalds neef Eanwulf, mogelijk na een korte burgeroorlog de troon gegrepen. Onder Offa ging Mercia zijn meest welvarende en invloedrijke periode tegemoet.