Atomaire-emissiespectrometrie

Uitvoering van een vlamtest.

Atomaire-emissiespectrometrie of AES (soms ook aangeduid met Vlam Emissie Spectroscopie: VES) is in de scheikunde een kwantitatieve analytische techniek die de elementen-samenstelling van een monster kan vaststellen. De techniek is gebaseerd op hetzelfde effect dat zorgt voor de verschillende kleuren van Bengaals vuur. De kleur van de vlam is namelijk afhankelijk van de metaalzouten die in het monster zitten. Door de emissielijnen van de vlam te bestuderen kan de samenstelling van het monster achterhaald worden. Als zodanig is AES het omgekeerde van atomaire-absorptiespectrometrie.

In een atomaire-emissiespectrometer wordt gebruikgemaakt van een zeer zuivere en zeer hete vlam, en worden de monsters in opgeloste vorm door een slangetje met zeer constante snelheid in de vlam gebracht. De emissielijnen voor elementen waarin men is geïnteresseerd worden kwantitatief gemeten door het licht dat door de vlam wordt uitgezonden via een tralie te ontleden, en met een fotomultiplicatorbuis het spectrum te analyseren.

Met deze techniek wordt geen onderscheid gemaakt tussen moleculen: het is een methode om de concentratie van elementen in een monster te bepalen (atoomspectroscopie in tegenstelling tot molecuulspectroscopie). Ook kan niet worden bepaald of een element in een bepaalde ionisatietoestand aanwezig is in het monster: alles wordt bij elkaar opgeteld. Met deze methode kan men enkel verschillende soorten metaalionen opsporen aan de hand van de golflengte van het uitgezonden licht.

Informeel wordt deze techniek ook weleens aangeduid met vlamproef of vlamtest.