Batavia (Nederlands-Indië)

Wapenschild Batavia
Stadhuis van Batavia, rond 1710 gebouwd, nu het Jakarta Historisch Museum. Tekening door Johannes Rach (1770 )
Opticaprent van Batavia in 1780

Batavia was van 1619 tot 1799 het hoofdkwartier van de VOC in Azië en vervolgens, tot de onafhankelijkheid van Indonesië, de hoofdstad van Nederlands-Indië. Sinds 1942 is de stad bekend onder de naam Jakarta, de hoofdstad van Indonesië. De stad ligt aan de noordkust van Java, aan een goed beschutte baai, in een vlakke en op sommige plaatsen moerassige omgeving, doorsneden door kanalen en rivieren.

Batavia bestond uit een oude stad in het laagste en ongezondste gedeelte, en een nieuwe stad, iets hoger gelegen, in moderne stijl. Het was gouverneur-generaal Herman Willem Daendels die aan het begin van de 19e eeuw het initiatief nam tot de uitbreiding.

Ten tijde van de VOC telde Batavia tot 50.000 inwoners. In de tweede helft van de 19e eeuw groeide Batavia uit tot een stad van ruim 800.000 inwoners. Aan het eind van de Nederlandse koloniale periode werd het aantal van 1 miljoen inwoners bereikt. In 1905 telde de stad 9.000 Europeanen, inclusief de met hen juridisch gelijkgestelde "Indo-Europeanen". De Europeanen en de mestiezen vormden toen één procent van de totale bevolking. Als "gewest" telde Batavia dat jaar 2,1 miljoen inwoners, waaronder 14.000 Europeanen, 93.000 Chinezen en 2.800 Arabieren.[1]

Batavia had in het verleden twee bijnamen: "Het kerkhof der Europeanen", vanwege de hoge sterftekans voor met name nieuwkomers in het VOC-tijdperk en in de 19e eeuw "Koningin van het Oosten" door de stedenbouwkundige schoonheid.