Beeldenstorm

Zie artikelVoor het artikel over het gelijknamige televisieprogramma, zie Beeldenstorm (televisieprogramma)
Vernieling van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal te Antwerpen op 20 augustus 1566. (gravure gemaakt door Frans Hogenberg)

De beeldenstorm was een vernieling op grote schaal van heiligenbeelden en andere objecten van katholieke religieuze plaatsen door protestanten in de Lage Landen, die plaatsvond tussen 10 augustus en oktober 1566. In die periode werden vele kerken geschonden en het interieur ervan vernield. De verscherpte tegenstellingen, die mede een gevolg waren van de beeldenstorm, leidden indirect tot het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog en het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Ook in tal van andere landen van Europa in de 16e eeuw sneuvelden beelden. Bijvoorbeeld in 1522 te Wittenberg, in 1523 te Zürich, in 1530 te Kopenhagen, in 1534 te Münster, in 1535 te Genève, in 1537 te Augsburg, in 1559 in Schotland en ten slotte in 1566 in Frankrijk en de Nederlanden.

Bij de zestiende-eeuwse beeldenstormen vernielden of roofden woedende menigten de inventaris en bibliotheek van honderden katholieke kerken, kapellen, abdijen en kloosters. Altaren, beelden, doopvonten, reliekhouders, koorgestoelten, kansels, orgels, kelken, schilderijen, missalen en gewaden moesten het ontgelden. Het aantal boeken dat verloren ging, was heel groot. Zo werd bijvoorbeeld op 22 augustus 1566 de complete bibliotheek van het Dominicanenklooster Het Pand te Gent in de rivier de Leie gegooid, waarna men droogvoets de oversteek kon maken.[1] Ook werd veel van het met religieuze voorstellingen beschilderde stucwerk aan de wanden vernield.