Bos (vegetatie)
English: Forest

Bos in de winter
Lente in de Wkrzanska Wildernis, Police, Polen
Bos in de Eifel, Duitsland
Beukenbos (Zoniënwoud, Brussel)
Bos in de herfst

Bos is een begroeiing die voornamelijk uit bomen in een dominante boomlaag bestaat met de daarbij een ondergroei van kruiden en struiken. De kruidlaag is de laag planten tot 135 cm hoog en de struiklaag is die van 135 tot 800 cm hoog. Daarboven spreekt men van de boomlaag.

Er bestaan vele definities van wat een bos is, omdat er in de wereld vele bostypen bestaan, en omdat de mens uitdrukking wil geven aan tal van verschillende gebruiksmogelijkheden van het bos. Elementen uit de definities zijn abundantie, boomhoogte, minimumoppervlak (bijv. 0,5 ha) en de bedekking van de lucht door de boomkruinen (in verschillende definities uiteenlopend van 10% tot 64%.[bron?]).[1]

Een bos is in Nederland, volgens de Boswet[2] officieel een bos als 10 are (1000 vierkante meter) uit bomen bestaat, of bij een rijbeplanting (één of meer rijen) van ten minste 21 bomen. Er zijn echter andere definities in omloop.

In de bossen kwamen oorspronkelijk grote grazers (wisent, oeros, tarpan, edelhert, eland) voor, die open terrein open hielden totdat er stekelige begroeiing als braam en meidoorn opkwam. Eikels werden aan de rand door gaaien of eekhoorns verstopt als wintervoer. Sommige eikels werden niet teruggevonden en werden het begin van een nieuw bos.

Modern bosbeheer betekent vaak de omvorming van productiebos tot meer natuurlijk gemengd bos met inheemse loofbomen. In Nederland worden theorieën over het ontstaan van oerbos in de lage landen aan de praktijk getoetst in projecten als de Gelderse Poort en de Oostvaardersplassen, waar nauwelijks bosbeheer is en geen aanplant van bomen. Ook kent men daar een zestigtal bosreservaten grote en kleine gebieden met verschillende typen bos waar niet meer wordt ingegrepen in de bosontwikkeling.