Bretwalda
English: Bretwalda

Bretwalda was een titel die gegeven werd aan enkele van de Angelsaksische koningen van Engeland. Hiermee werd aangegeven dat de koning de oppermacht had over heersers van de andere rijken. Dat deed zich voor op momenten dat een van de koninkrijken op zijn sterkst was.

Het woord is ontleend aan het Angelsaksische "Bretanwealda", met als mogelijke betekenis "Heer van Brittannië". Waarschijnlijk was de betekenis vergelijkbaar met primus inter pares en was het meer een eretitel dan een officiële benaming met bijbehorende macht.

Lijst van Bretwalda's

De Angelsaksische Kroniek voor het jaar 827 (829 in huidige tijdrekening) met een overzicht van de bretwalda's tot en met Egbert

In het werk Historia ecclesiastica gentis Anglorum van Beda uit het jaar 731 worden de eerste zeven namen genoemd.[1] Naast deze zeven wordt in het befaamde historische werk The Anglo-Saxon Chronicles als achtste ook nog Egbert van Wessex genoemd.[2]

NAAM PERIODE  Koning van
Aelle 477 - ca. 514 Sussex
Ceawlin 560 - 591 Wessex
Ethelbert 591 - 616 Kent
Raedwald 616 - 627 East Anglia
Edwin 627 - 632 Northumbria
Oswald 633 - 641 Northumbria
Oswiu 641 - 670 Northumbria
Æthelbald[3] ca. 735 - 757 Mercia
Offa[4] 757 - 796 Mercia
Egbert 829 - 839 Wessex
Æthelwulf 839 - 855 Wessex
Æthelbald 856 - 860 Wessex
Æthelbert 860 - 866 Wessex
Æthelred 866 - 871 Wessex
Alfred 871 - 899 Wessex

Alfred de Grote was de eerste die beschouwd werd als koning van Engeland. Hetzelfde gold voor zijn opvolgers, en de term 'Bretwalda' werd daarom niet meer gebruikt.

Ethelbald en Offa worden door Beda niet genoemd, ze werden echter vrijwel zeker in hun eigen tijd als Bretwalda beschouwd.