Brits-Indië
English: British Raj

  • british india
    indian empire
    kolonie van het verenigd koninkrijk
     britse oost-indische compagnie
     mogolrijk
     koninkrijk mysore
     maratharijk
    ← sikhrijk
    1858 – 1947 dominion india 
    dominion pakistan 
    brits-birma  →
    kolonie aden 
    straits settlements 
    british raj red ensign.svg star-of-india-gold-centre.svg
    (details)
    kaart
    brits-indië in 1909, ingedeeld in provincies (roze) en vorstenlanden (geel)
    brits-indië in 1909, ingedeeld in provincies (roze) en vorstenlanden (geel)
    algemene gegevens
    hoofdstad calcutta (1858-1912)
    delhi (1912 en 1931)
    new delhi (1931-1947)
    oppervlakte 4.235.530 km²
    talen engels, hindi
    religie(s) hindoeïsme, islam
    volkslied god save the queen of god save the king
    regering
    regeringsvorm britse kolonie, keizerrijk
    dynastie huis saksen-coburg en gotha
    huis windsor
    staatshoofd koning(in) van het vk (1858-1876)
    keizer(in) van indië (1876-1947)
    vertegenwoordigd door een onderkoning

    brits-indië (british raj) was tot 1947 een britse kolonie. het omvatte de huidige landen india, sri lanka, pakistan, bangladesh en delen van myanmar (birma) en vormde het zwaartepunt van het britse koloniale rijk. in bredere zin wordt onder de term brits-indië de koloniale bezittingen op het indisch subcontinent bedoeld die al vanaf de 17e eeuw stapsgewijs in britse handen kwamen.

    het gebied werd tot 1858 onder een handvest bestuurd door de britse oost-indische compagnie. vanaf 1876 regeerde koningin victoria deze kolonie niet meer als koningin van het verenigd koninkrijk en het britse rijk, maar nam zij ook de titel keizerin van india aan. men spreekt van 1876 tot 1947 dan ook wel van het keizerrijk india. victoria regeerde overigens niet zelf; een onderkoning trad op als haar plaatsvervanger. deze maakte op zijn beurt weer gebruik van de macht van indiase adel (radja's en maharadja's). mede door deze afgedwongen samenwerking lukte het de britten india, waarvan de bevolking vele malen groter was dan die van het 'moederland', onder controle te krijgen.

    een groot deel van brits-indië bleef dus door inheemse vorsten bestuurd worden. zij werden bijgestaan en in de gaten gehouden door britse bestuursambtenaren. hoewel de vorsten soms zelfs een eigen leger en luchtmacht bezaten, was hun onafhankelijkheid door verdragen en de dominante positie van de britten sterk ingeperkt.

  • komst van de europeanen
  • britse periode
  • onafhankelijkheidsbeweging
  • dekolonisatie en deling
  • provincies van brits-indië
  • zie ook

British India
Indian Empire
Kolonie van het Verenigd Koninkrijk
 Britse Oost-Indische Compagnie
 Mogolrijk
 Koninkrijk Mysore
 Maratharijk
← Sikhrijk
1858 – 1947 Dominion India 
Dominion Pakistan 
Brits-Birma  →
Kolonie Aden 
Straits Settlements 
British Raj Red Ensign.svg Star-of-India-gold-centre.svg
(Details)
Kaart
Brits-Indië in 1909, ingedeeld in provincies (roze) en vorstenlanden (geel)
Brits-Indië in 1909, ingedeeld in provincies (roze) en vorstenlanden (geel)
Algemene gegevens
Hoofdstad Calcutta (1858-1912)
Delhi (1912 en 1931)
New Delhi (1931-1947)
Oppervlakte 4.235.530 km²
Talen Engels, Hindi
Religie(s) Hindoeïsme, islam
Volkslied God Save the Queen of God Save the King
Regering
Regeringsvorm Britse kolonie, keizerrijk
Dynastie Huis Saksen-Coburg en Gotha
Huis Windsor
Staatshoofd Koning(in) van het VK (1858-1876)
Keizer(in) van Indië (1876-1947)
Vertegenwoordigd door een onderkoning

Brits-Indië (British Raj) was tot 1947 een Britse kolonie. Het omvatte de huidige landen India, Sri Lanka, Pakistan, Bangladesh en delen van Myanmar (Birma) en vormde het zwaartepunt van het Britse koloniale rijk. In bredere zin wordt onder de term Brits-Indië de koloniale bezittingen op het Indisch subcontinent bedoeld die al vanaf de 17e eeuw stapsgewijs in Britse handen kwamen.

Het gebied werd tot 1858 onder een handvest bestuurd door de Britse Oost-Indische Compagnie. Vanaf 1876 regeerde koningin Victoria deze kolonie niet meer als koningin van het Verenigd Koninkrijk en het Britse Rijk, maar nam zij ook de titel keizerin van India aan. Men spreekt van 1876 tot 1947 dan ook wel van het keizerrijk India. Victoria regeerde overigens niet zelf; een onderkoning trad op als haar plaatsvervanger. Deze maakte op zijn beurt weer gebruik van de macht van Indiase adel (radja's en maharadja's). Mede door deze afgedwongen samenwerking lukte het de Britten India, waarvan de bevolking vele malen groter was dan die van het 'moederland', onder controle te krijgen.

Een groot deel van Brits-Indië bleef dus door inheemse vorsten bestuurd worden. Zij werden bijgestaan en in de gaten gehouden door Britse bestuursambtenaren. Hoewel de vorsten soms zelfs een eigen leger en luchtmacht bezaten, was hun onafhankelijkheid door verdragen en de dominante positie van de Britten sterk ingeperkt.