Circus (attractie)

Scènes circus rond 1891. Werk van schilder Arturo Michelena.
Advertentie uit 1900 voor het Barnum & Bailey Circus.

Het circus, zoals wij dat thans kennen, ontstond rond 1770 in Engeland. Aanvankelijk alleen met paarden, maar spoedig ook met clowns, zangers en (koor)dansers. In Parijs werd het circus een groot succes. En in het begin van de 19e eeuw ontstonden overal in Europa en Amerika circussen: eerst in vaste gebouwen voor de elite, later in tenten voor het volk. Bij een circus gaat het gewoonlijk om een reizend gezelschap, dat optreedt in een grote circustent en bestaat uit verschillende presentaties van acrobaten, jongleurs, clowns, dierentemmers (van leeuwen, tijgers, olifanten) en soms ook goochelaars.Bij het traditionele circus mogen vooral paardennummers niet ontbreken, want het circus is oorspronkelijk begonnen als "paardenspel".Paarden in "vrijheidsdressuur", acrobatiek en clownerie te paard, en "de hoge school", zijn circusklassiekers.

Er zijn ook circussen die niet (meer) rondreizen en op een vaste plaats blijven. Evenzo zijn er circussen zonder dieren.

In het laatste decennium van de 20e eeuw heeft een aantal circussen, onder invloed van onder andere het van oorsprong Canadese Cirque du Soleil, een ontwikkeling doorgemaakt naar circus-theater. Dit soort circusgroepen combineert circus, muziek, zang, dans en comedy in een voorstelling met een verhaal.Binnen het circus geldt een sterke divisie tussen 'geboren circus' (Circusdynastieën/ families) en 'aangenomen circus'. De internationale verbanden tussen circusfamilies zijn hecht, en generaties tellen even sterk als talent: 'Nieuwkomers' moeten wel zeer getalenteerd en gemotiveerd zijn, om ooit werkelijk opgenomen te worden.