Ecologie

Ecologie (ook wel met de spelling: oecologie) als wetenschap is een onderdeel van biologie. De ecologie bestudeert de dynamiek van de wisselwerking tussen organismen, populaties of levensgemeenschappen (de biotische milieufactoren) en de relaties tussen organismen, populaties, levensgemeenschappen of landschappen en het niet-biologische milieu (de abiotische milieufactoren). De studie op het niveau van de soort heet ook wel autoecologie en op het niveau van de levensgemeenschap en ecosysteem heet gemeenschapsecologie of synecologie.

Het woord ecologie (oorspronkelijk Duits: ├ľkologie) werd ge├»ntroduceerd door de Duitse bioloog Ernst Haeckel in 1866, als samentrekking van de Griekse woorden oikos (huishouding) en logos (studie, wetenschap).

In de Angelsaksische wereld werd dit ecology, dat daar een iets andere, meer milieukundige en mens-gerichte, betekenis kreeg. In Nederland bestaan het meer biologische oecologie en meer milieukundige ecologie naast elkaar, maar het verschil vervaagt.

Het woord ecologie wordt ook gebruikt in andere betekenissen:

  • gerelateerd aan een beter milieu, in het bijzonder dat van de mens,
  • meer praktisch, betreffende gedrag dat goed is voor de mens en zijn milieu en voor de natuur (zie ecologische landbouw en EKO-keurmerk),
  • gericht op een bepaalde levensbeschouwing (zie ecologisme).
  • betreffende omgeving of netwerk van bijvoorbeeld een bedrijf.

Deze betekenissen blijven hier buiten beschouwing.