Economische en Monetaire Unie

Lidstaten van de Europese Economische en Monetaire Unie:

 Leden van de eurozone (19)

 WKM-II-lidstaat met opt-out-clausule (1: Denemarken)

 Land met opt-out-clausule (1: Verenigd Koninkrijk)

 Overige EU-leden (7)

De Europese Economische en Monetaire Unie (ook wel Economische en Monetaire Unie of Europese Monetaire Unie of in afgekorte vorm EMU genoemd) is het project dat is bedoeld om in de Europese Unie een monetaire unie met een geharmoniseerde economische politiek in te richten. Het project van de EMU werd in 1990 met een driefasenplan gelanceerd. De EMU kwam tot stand bij het Verdrag van Maastricht van 1992. In 1999 werd de EMU daadwerkelijk gerealiseerd. Momenteel[wanneer?] nemen 19 van 28 EU-lidstaten aan de derde en laatste fase van de EMU deel. Zij gebruiken de euro als betaalmiddel en coördineren hun economische en financiële politiek in het raamwerk van de eurogroep. Deze groep van landen, waar de euro gebruikt wordt, staat ook bekend als de eurozone. De overige 9 EU-lidstaten zijn nog niet overgegaan tot de invoering van de euro. Toch nemen zij in zoverre aan de EMU deel, dat zij zich hebben verplicht om zich aan bepaalde fundamentele regels te houden, zoals de onafhankelijkheid van hun nationale centrale banken en de verplichting om op bepaalde terreinen hun economische en monetaire politiek met de leden van de eurogroep te coördineren.

De EU-lidstaten die deelnemen aan de derde fase van de EMU, hebben hun monetaire bevoegdheden overgedragen aan het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB). Hiervan maken de centrale banken van alle EU-lidstaten deel uit, maar bij cruciale vraagstukken hebben alleen de centrale banken van de lidstaten van de eurozone (dat ook als het eurosysteem bekendstaat) inspraakrecht. Aan de top van het ESCB staat de Europese Centrale Bank (ECB), die voor de lidstaten van de eurozone de verantwoordelijkheid voor een centraal gestuurde geldmarkt- en wisselkoerspolitiek op zich neemt.[1]

Het hoofddoel van de Europese Economische en Monetaire Unie was de vervollediging van de Europese binnenmarkt door een gemeenschappelijke munt met hoge prijsstabiliteit.[2] Het besluit om het driestappenplan in gang te zetten, werd reeds in december 1989, kort na die Wende door de Europese Raad genomen; de belangrijkste bepalingen werden in 1992 in het Verdrag van Maastricht vastgelegd. Het begrip Europese Economische en Monetaire Unie vindt zijn oorsprong in de politieke debatten uit deze tijd en is tot op heden[wanneer?] in gebruik. In het Europese primaire recht zelf wordt deze term echter maar zelden gebruikt: in artikel 3, paragraaf 4 van het EU-verdrag wordt de oprichting van een "Economische en Monetaire Unie, waarvan de munt de euro is", als doelstelling van de EU genoemd. In het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU-verdrag) spreekt men daarentegen meestal alleen van een "economisch en monetaire politiek" van de EU van het VwEU-verdrag). De EMU-lidstaten worden hier aangeduid als "lidstaten, die de euro als munt voeren" (artikel 136 van het VwEU-verdrag), de overige lidstaten als "lidstaten, waarvoor een uitzonderingssituatie van toepassing is" (artikel 139 van het VwEU-verdrag).

Inhoud