Eicel

Een menselijke eicel

Een eicel, ook wel eitje of kort ei genoemd, is de niet beweeglijke, vrouwelijke gameet of geslachtscel. De mannelijke gameten, de zaadcellen, zijn beweeglijk, doordat ze flagellen bezitten. De biologische term voor 'eicel' is ovum (meervoud ova, van het Latijnse woord ovum dat ei of eicel betekent).

Bij hogere dieren, inclusief de mens, ontstaan eicellen in de vrouwelijke geslachtsklieren: de eierstokken.

De mens

Bij haar geboorte heeft een vrouw in aanleg enkele duizenden eicellen. Hiervan komen er gedurende haar vruchtbare leven een paar honderd tot rijping. Het proces van de rijping van de eicellen wordt aangeduid met de term oögenese.

In het menselijk lichaam is de eicel een van de grootste cellen, en is met een diameter tussen de 100 en 200 µm zichtbaar voor het blote oog zonder hulp van een microscoop.

De eicel is in tegenstelling tot de zaadcel niet zelf mobiel. Daarentegen bevat een eicel een grote hoeveelheid reservevoedsel om na de versmelting de zygote en het vroege embryo voor de eerste tijd van energie te voorzien. De eicel is door deze reserve de grootste cel van het organisme.