Eurobankbiljetten

Eurobankbiljetten
500 euro

De euro (EUR of ) is de gemeenschappelijke munteenheid voor de meeste lidstaten van de Europese Unie. De eurobankbiljetten en -munten werden op 1 januari 2002 voor het eerst in roulatie gebracht. De munteenheid als zodanig was al op 1 januari 1999 formeel in het leven geroepen.

Er zijn zeven verschillende waarden, elk met een andere kleur en grootte. Het ontwerp voor alle biljetten is gebaseerd op hetzelfde thema: Europese architectuur uit verschillende artistieke periodes. De voorkant (of recto) van het biljet toont een venster of een poort, terwijl de achterkant (of verso) een brug toont. Alle biljetten tonen de Europese vlag, de initialen van de Europese Centrale Bank in de verschillende talen, een kaart van Europa (inclusief Azoren (Portugal), Canarische Eilanden (Spanje) en Frans-Guyana, de Franse Antillen (Guadeloupe en Martinique) en Réunion (Frankrijk)) op de achterkant, de benaming "euro" in verschillende lettertypes, en de handtekening van de president van de Europese Centrale Bank. De twaalf sterren van de Europese Unie zijn ook op elk biljet aanwezig. Het ontwerp is gemaakt door de Oostenrijkse ontwerper Robert Kalina.

De vensters en bruggen op de biljetten bestonden tot voor kort niet echt. Maar daar kwam verandering in toen in Spijkenisse in de nieuwe wijk Het Land over de daar aangelegde sloten bruggen werden gelegd naar het evenbeeld van de eurobruggen. De bruggen werden dan ook toepasselijk de "Eurobruggen" gedoopt.[1] Het is vanouds gebruikelijk dat men een bekend object uit eigen land (bijvoorbeeld een gebouw of een beroemd persoon) op bankbiljetten afbeeldt, maar bij de eurobiljetten wilde men niet bepaalde landen bevoordelen door wel objecten uit deze landen te kiezen, maar niet uit een ander land. De getoonde objecten zijn daarom fictief en land-neutraal. Wel gaan er stemmen op om een 'persoonlijke' kant te ontwerpen voor elk land, vergelijkbaar met de euromunten.

Europa op de Europa-serie

Met ingang van 2002 neemt elke nationale centrale bank de productie van één of twee specifieke biljetten voor zijn rekening. Dit schema houdt in dat de nationale centrale banken onderling bankbiljetten moeten uitwisselen.

Vanaf 2013 wordt de eerste serie eurobankbiljetten geleidelijk vervangen door een tweede: de 'Europa-serie', die op de eerste serie eurobiljetten gebaseerd is en door Reinhold Gerstetter, een onafhankelijke Berlijnse bankbiljettenontwerper, ontworpen werd. Deze nieuwe reeks heeft onder andere nieuwe echtheidskenmerken om vervalsing tegen te gaan. Er komt geen nieuwe versie van het 500 eurobiljet. In 2013 waren alle nieuw uitgegeven 5-eurobiljetten voorzien van een nieuw ontwerp. In 2014 volgde het 10-eurobiljet en in 2015 het 20-eurobiljet; het nieuwe 50-eurobiljet kwam in april 2017 in omloop.[2]

De oude biljetten blijven voorlopig, maar zullen steeds minder in omloop te zien zijn, doordat ze, zodra ze versleten of vuil zijn, worden vervangen door bankbiljetten uit de nieuwe serie. De biljetten uit de eerste serie zullen zo geleidelijk aan uit roulatie verdwijnen. Na verloop van tijd zullen deze echter hun status van wettig betaalmiddel kwijtraken. De biljetten zullen echter hun waarde blijven behouden en kunnen voor onbepaalde tijd bij de nationale banken ingewisseld worden.