Genetica
English: Genetics

Deel van een Genetica
Delende moedercellen in het stuifmeel van een Lelie (1600x)
Stuifmeelcellen in meiose (1600x)
––– Algemeen –––

Chromosoom · DNA · Erfelijkheid · Genetische variatie · Genoom · Mutatie · Nucleotide · RNA


––– Onderzoek –––

DNA-analyse · Gentechnologie · Modelorganisme · Sequencing


––– Vakgebieden –––
Epigenetica · Evolutie · Farmacogenetica · Moleculaire genetica · Paleogenetica · Populatiegenetica

Portaal Portaalicoon Genetica

DNA, het molecuul dat de basis vormt van erfelijkheid. DNA heeft de structuur van een dubbele helix. Fosfaat- en desoxyribosegroepen vormen de ruggengraat van deze structuur, waaraan nucleobasen vastzitten, die met de basen van de andere keten verbonden zijn als de treden van een wenteltrap.

Genetica of erfelijkheidsleer is de biologische wetenschap die erfelijkheid probeert te beschrijven en verklaren.[a] Het inzicht dat levende wezens eigenschappen van hun ouders erven wordt al duizenden jaren gebruikt bij het kweken van gewassen en fokken van dieren. De basisregels van de genetica – hoe organismen eigenschappen aan hun nakomelingen doorgeven – werden in de 19e eeuw ontdekt door Gregor Mendel, wiens werk rond 1900 bekend werd.

De vererving van eigenschappen gebeurt in de eerste plaats door middel van genen: eenheden van erfelijke informatie. De moleculaire bouw van genen werd in het midden van de 20e eeuw ontrafeld. Een centrale rol speelt DNA, een molecuul dat voorkomt in alle levende cellen. Een DNA-molecuul bestaat uit twee lange ketens van nucleotiden, die in de vorm van een dubbele helix met elkaar vervlochten zijn. De volgorde van deze nucleotiden vormt een code die het organisme informatie geeft hoe het eiwitten kan maken, die van levensbelang voor de cel zijn. Een cel kan zijn DNA kopiëren om bij een celdeling deze kopie door te geven aan een dochtercel. Andere kopieën worden door het organisme via geslachtscellen doorgegeven aan zijn nakomelingen.

Het overerven van eigenschappen en de moleculaire mechanismen die daaraan ten grondslag liggen zijn nog steeds de grondbeginselen van de hedendaagse genetica. De structuur van genen, hun werking, variatie en verspreiding worden onderzocht in de context van de cel (moleculaire genetica), het individuele organisme (klassieke genetica) en binnen de context van een populatie (populatiegenetica).

Genetische processen bepalen in combinatie met de omgeving hoe een organisme zich ontwikkelt en uiteindelijk gedraagt.[b] Toepassingen van moderne genetische kennis zijn bijvoorbeeld genetische manipulatie in de biotechnologie, de behandeling van erfelijke aandoeningen in de geneeskunde en de opsporing van personen in het forensisch onderzoek. Ook biedt de genetica inzicht in de verwantschap tussen individuele organismen, soorten, geslachten en hogere taxa.