Goalball

Het Zweeds goalballteam op de Paralympische Spelen van Athene in 2004

Goalball is een balsport voor mensen met een visuele handicap. Het werd in 1946 bedacht door de Oostenrijker Hanz Lorenzen en de Duitser Sepp Reindle ter ondersteuning van het herstel van blinde veteranen uit de Tweede Wereldoorlog.[1]

Goalballspelers dragen een afgeplakte skibril, waardoor ook sporters zonder een visuele beperking deze sport kunnen beoefenen. In 1979 werd goalball in Nederland geïntroduceerd. Tijdens de Paralympics van 1976 was goalball een demonstratiesport en sinds 1980 is het onderdeel van de Paralympische Spelen.

Een goalballveld is 18 m lang en 9 m breed. Het doel is over de volledige breedte van het veld.

Goalball wordt in twee helften van 12 minuten (sinds 2011, voorheen 10 minuten) gespeeld op een veld van 18 bij 9 meter. Er spelen twee teams van maximaal zes personen van wie er drie in het veld staan. Elk team is op een helft van het veld. Door een onderhandse worp wordt de rinkelbal, een 1,25 kg zware bal met een belletje erin, naar het doel van het andere team geworpen. Het doel strekt zich over de volledige breedte van het veld uit. De spelers van het andere team moeten zich op gehoor oriënteren op de bal en proberen de bal uit het doel te houden.

Beide helften van het veld zijn verdeeld in drie gebieden van elk drie meter diep. Deze gebieden zijn van buiten naar binnen: teamgebied, werpgebied en neutraal gebied.