Goochelen

  • anoniem (toegeschreven aan jheronimus bosch). de goochelaar. ca. 1475-1480.

    goochelen is de kunst van het schijnbaar onmogelijke. het is vanouds een straat- en podiumkunst, waarbij door middel van vlugge hand- en vingerbewegingen een bedrieglijk, vaak optisch effect wordt gecreëerd. de bedoeling is dat het voor de toeschouwers onduidelijk blijft hoe dat effect, het 'onmogelijke', tot stand komt. iemand die de kunst van het goochelen beoefent noemt men een goochelaar of illusionist. in de franse tijd was de benaming prestidigitateur wel gangbaar.

    een goochelaar gebruikt bij zijn voorstelling bijvoorbeeld traditionele hulpmiddelen als speelkaarten, ringen, touw, doeken en balletjes, maar ook levende have als duiven, en vuur. spreekwoordelijk is het konijn uit de hoge hoed.

    speciale acts zijn bijvoorbeeld de ontsnappingsstunts van bijvoorbeeld de legendarisch goochelaar harry houdini (1874-1926), onderwateracts en doorzaag- en verdwijntrucs. dat laatste is echter meer het terrein van de illusionist. sommige goochelaars combineren trouwens hun voorstelling met illusionisme, comedy of clownerie, of hebben zich gespecialiseerd in straatgoochelen, kaartschieten, table magic, goochelen voor kinderen, soms gecombineerd met een clownsact, of close-upgoochelen.

  • ontstaan en geschiedenis van de goochelkunst
  • etymologie
  • goochelkunst in nederland
  • goochelkunst in belgië
  • zie ook
  • externe link

Anoniem (toegeschreven aan Jheronimus Bosch). De goochelaar. Ca. 1475-1480.

Goochelen is de kunst van het schijnbaar onmogelijke. Het is vanouds een straat- en podiumkunst, waarbij door middel van vlugge hand- en vingerbewegingen een bedrieglijk, vaak optisch effect wordt gecreëerd. De bedoeling is dat het voor de toeschouwers onduidelijk blijft hoe dat effect, het 'onmogelijke', tot stand komt. Iemand die de kunst van het goochelen beoefent noemt men een goochelaar of illusionist. In de Franse tijd was de benaming prestidigitateur wel gangbaar.

Een goochelaar gebruikt bij zijn voorstelling bijvoorbeeld traditionele hulpmiddelen als speelkaarten, ringen, touw, doeken en balletjes, maar ook levende have als duiven, en vuur. Spreekwoordelijk is het konijn uit de hoge hoed.

Speciale acts zijn bijvoorbeeld de ontsnappingsstunts van bijvoorbeeld de legendarisch goochelaar Harry Houdini (1874-1926), onderwateracts en doorzaag- en verdwijntrucs. Dat laatste is echter meer het terrein van de illusionist. Sommige goochelaars combineren trouwens hun voorstelling met illusionisme, comedy of clownerie, of hebben zich gespecialiseerd in straatgoochelen, kaartschieten, table magic, goochelen voor kinderen, soms gecombineerd met een clownsact, of close-upgoochelen.