Graafschap Culemborg

Vraagteken
Er wordt getwijfeld aan de juistheid van een of meer onderdelen van dit artikel.
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Zie overlegpagina
Dit sjabloon is geplaatst op 2 juli 2017.
Vraagteken
Heerlijkheid Culemborg
Graafschap Culemborg
Land binnen het Heilige Roomse Rijk (1318-1548)
Land in Bourgondische Kreits (1548-1648)
Vazalstaat van de Republiek (1588-1720)
staat in Kwartier van Nijmegen (1720-1795)
1318 – 1798Bataafse Republiek 
Kaart
Culemborg in 1665
Culemborg in 1665
Algemene gegevens
HoofdstadCulemborg
TalenDiets (Middelnederlands), Nederlands
Regering
RegeringsvormGraafschap
StaatshoofdGraaf

De heerlijkheid Culemborg of Kuilenburg, in 1555 verheven tot graafschap, in de huidige provincie Gelderland was een zelfstandige heerlijkheid, die tot 1714 in principe geen deel uitmaakte van de Verenigde Provinciën maar er in de praktijk wel grotendeels van afhankelijk was. Het bestond uit de stad Culemborg en de dorpen Everdingen, Beesd, Rhenoy, Goilberdingen en Zijderveld.

Geschiedenis

Culemborg wapenboek Gelre wapen.svg

In 1318 ontving Culemborg van de heer, Jan van Beusichem, stadsrechten. Sinds 1344 bezaten de heren van Culemborg ook de heerlijkheid Werth ("Weert") bij Borken. Het wapen van deze heerlijkheid werd opgenomen in het wapen van de heerlijkheid Culemborg.

Kort vóór het overlijden van de laatste vrouwe van Culemborg, Elisabeth van Culemborg (overleden: 9 december 1555 en gehuwd met Antoon I van Lalaing), verhief keizer Karel V de heerlijkheid tot graafschap. Floris van Pallant, een kleinzoon van haar oudste zuster, erfde het graafschap. Floris was ook heerser in het rijksgraafschap Wittem en speelde een belangrijke rol in de Nederlandse opstand tegen het koninklijk gezag. In 1639 kwam het graafschap aan graaf Walraad IV van Waldeck-Eisenberg ten gevolge van zijn huwelijk met Anna van Baden-Durlach. De laatste graaf van Waldeck-Eisenberg, George Frederik (overleden 1692) liet het graafschap na aan zijn dochter Henriette, die gehuwd was met hertog Ernst Frederik van Saksen-Hildburghausen.

Hertog Ernst Frederik verkocht het graafschap in 1720 aan de Staten van het Kwartier van Nijmegen, die het op hun beurt in 1748 aan stadhouder Willem IV schonken. De Oranjes voeren nog steeds de titel graaf of gravin van Culemborg.

Protestantse Reformatie

In de zestiende eeuw waren de dopers in Culemborg actief, waartegen de Landdag zich in 1539 fel verzette. In 1534/1535 trad een inwoner van Culemborg, Wolter Tesschenmacher op bij de val van het Wederdopersrijk in Munster. In 1566 manifesteerden sympathisanten van de beeldenstormers zich met actieve medewerking van de graaf van Culemborg Floris van Pallandt.

In de jaren 1570 was met name het Johan Willemsvolk vanuit Wesel actief in Culemborg.[1] Het Volk van Johan Willemsz. was de grootste splintergroepering van de Batenburgse sekte die in haar optreden politieke kritiek combineerde met criminaliteit. Men leefde van roof en moord op het platteland in het grensgebied van Holland en Duitsland.[2]

Het vrije gedoogbeleid tijdens de reformatie had in tegenstelling tot Holland, in Gelre nauwelijks gewerkt. De vrije heerlijkheid Culemborg was hierop een uitzondering.