Grobgambiet

8rdndbdqdkdbdndrd
7pdpdpdChess l40.pngpdpdpdpd
6Chess l40.pngChess d40.pngChess l40.pngChess d40.pngChess l40.pngChess d40.pngChess l40.pngChess d40.png
5Chess d40.pngChess l40.pngChess d40.pngpdChess d40.pngChess l40.pngChess d40.pngChess l40.png
4Chess l40.pngChess d40.pngChess l40.pngChess d40.pngChess l40.pngChess d40.pngplChess d40.png
3Chess d40.pngChess l40.pngChess d40.pngChess l40.pngChess d40.pngChess l40.pngChess d40.pngChess l40.png
2plplplplplplblpl
1rlnlblqlklChess l40.pngnlrl
abcdefgh
Het Grobgambiet na 2. Lg2

Het Grobgambiet is in de opening van een schaakpartij een subvariant van de Grobopening, welke valt onder ECO-code A00, de onregelmatige openingen. Het gambiet heeft als beginzetten

1. g4 d5
2. Lg2

Als zwart het gambiet aanneemt, 2. ...Lxg4 dan volgt in de regel 3. c4, het Fritzgambiet, en de witspeler houdt druk op de zwarte damevleugel na zetten als Pc3 of Db3.

Dit gambiet is geanalyseerd door de Zwitserse schaker Henri Grob (1904–1974).De opening is echter incorrect, omdat zwart de g-pion met d7-d5 kan aanvallen, en beter spel bereikt dan wit. Dit komt omdat zwart met zijn verder opgespeelde pion niet meer kort kan rokeren, omdat de rokadestelling dan te ernstig verzwakt is. Hierdoor is wit veel minder mobiel dan bij de opening 1. g2-g3.

  • subvarianten

Subvarianten

Subvarianten in het Grobgambiet zijn:

Spikeaanval 1.g4 d5 2.Lg2 c6 3.g5
Fritzgambiet 1.g4 d5 2.Lg2 Lxg4 3.c4
Romford tegengambiet 1.g4 d5 2.Lg2 Lxg4 3.c4 d4