Karyotype
English: Karyotype

Karyogram van een mens met trisomie-21, dat het syndroom van Down veroorzaakt

Het karyotype of karyogram van een organisme is een afbeelding van de chromosomen, zoals deze tijdens een bepaald stadium (metafase) van de celdeling te zien zijn onder een microscoop. Door dit karyogram of karyotype te bestuderen, kunnen grotere chromosoom-afwijkingen (bijvoorbeeld aantal of vorm van de chromosomen) gevonden worden.

Het vervaardigen van het karyogram

De chromosomen kunnen het best bestudeerd worden tijdens een bepaald moment van de celdeling (meestal de metafase), wanneer de chromosomen verdubbeld zijn en alleen nog bij de centromeer aan elkaar vastzitten. Om dit te bereiken worden meestal witte bloedcellen gekweekt en gestimuleerd om zich te delen. Door chemische bewerkingen worden de celkernen van de delende cellen geïsoleerd. Een hypotone oplossing zorgt ervoor, dat de celkern opzwelt en openbarst, waardoor de chromosomen mooi verspreid gaan liggen, zodat ze te bestuderen zullen zijn. Kleuringen met bijvoorbeeld acridine zorgen voor een typerend bandenpatroon op elk chromosoom. Een behandeling met fluorescerende markers (FISH) zorgt ervoor dat de chromosomen van elkaar te onderscheiden zijn (elk chromosoom kan zijn eigen kleur krijgen).

Met de computer of handmatig worden de afgebeelde chromosomen vervolgens gerangschikt naar grootte. De nummering van de chromosomenparen loopt van groot naar klein. Bij mensen zijn er 22 paren "gewone" chromosomen (autosomen) en één paar geslachtschromosomen. Bij andere diersoorten gaat het meestal ook om meerdere paren autosomen en één of twee geslachtschromosomen.