Komeet

Komeet Hale-Bopp op 29 maart 1997 gefotografeerd boven Pazin, Kroatiƫ.
Komeet Hale-Bopp (11 maart 1997) met blauwe plasma- en witte stofstaart. In beide staarten zijn stralen en pieken te onderscheiden. Blackwater Falls State Park, Davis (West Virginia) met een 20-cm f/1.5 Schmidt telescoop, belichtingstijd 1 minuut. Uit de foto valt af te leiden dat de zon zich rechtsonder bevindt (want de plasmastaart wijst van de zon af) en dat de komeet zich naar links beweegt (want de stofstaart blijft achter).

Kometen zijn relatief kleine hemellichamen die in vaak erg elliptische banen rond een ster draaien en uit ijs, gas en stof bestaan ("vuile sneeuwballen"). Wanneer een komeet dicht genoeg bij een ster komt en warmer wordt, sublimeert een deel van de materie waaruit ze bestaat om een zogenaamde coma en/of een komeetstaart te vormen. Vaak hebben kometen twee staarten: een plasmastaart en een stofstaart, die allebei van de ster of de zon afgekeerd staan. Het vaste deel van de komeet is de komeetkern en kan een doorsnede hebben van 1 tot 50 kilometer. De lengte van de gaswolk (coma) daaromheen kan sterk variƫren: van 100 000 tot 1 000 000 kilometer lang (tot meer dan 150 miljoen kilometer lang). De omlooptijd rond de ster kan een paar jaar (bijv. komeet Encke) tot vele duizenden jaren bedragen.