Kristalstructuur

Kristalstructuur van keukenzout. Als het rooster uit ionen bestaat, zoals hier, spreekt men ook wel van een ionrooster.
zoutkristallen

Veel vaste stoffen hebben een kristalstructuur. Dat wil zeggen dat ze uit een regelmatig patroon van deeltjes bestaan, zoals moleculen, atomen of ionen. De structuur van de kristallen, hun groei en andere macroscopische eigenschappen zijn het onderwerp van de kristallografie.

Vanwege hun regelmatige opbouw ligt het voor de hand de plaats van de deeltjes in een assenstelsel aan te duiden. Dit assenstelsel hoeft niet rechthoekig te zijn, maar mag ook scheef zijn, overeenkomstig de ligging van de deeltjes. Er zijn hiervoor zeven mogelijke kristalstelsels. De gestapelde eenheden in de structuur worden eenheidscellen genoemd.

De regelmatige stapeling wordt translatiesymmetrie genoemd. Naast de translatiesymmetrie bestaat er ook nog interne symmetrie binnen de eenheden. Het geheel van alle symmetrie heet kristalstructuursymmetrie. De symmetrie heeft onder meer als gevolg dat de gehele structuur van het kristal kan worden beschreven als de inhoud van één eenheidscel of zelfs een gedeelte daarvan, soms aangevuld met een beschrijving van de (zeer kleine) verschillen tussen eenheidscellen.

De röntgendiffractie is een techniek om de kristalstructuur van een vaste stof te bepalen. Kristalstructuren van bijna 1.000.000 organische verbindingen zijn reeds bepaald en in de Cambridge Structural Database opgeslagen.

Een vaste stof waarin zich geen kristallen hebben gevormd, heet amorf. Daarvan is glas een voorbeeld. In een LCD-scherm komen kristallen in vloeibare vorm voor.