Schijfrem

Een schijfrem voor een kraan of lopende band.

Een schijfrem is een rem waarbij een aan de bewegende constructie vast gemonteerde schijf meedraait, die door remblokken tegengehouden kan worden. Het bekendst zijn de schijfremmen die aan een wiel gekoppeld de snelheid van een voertuig kunnen verminderen of waarmee het gestopt wordt. Schijfremmen worden daarnaast overal in de techniek gebruikt. Afhankelijk van de af te remmen energie kunnen één of meerdere schijven worden toegepast in één rem.

Werking

Het werkingsprincipe van een schijfrem is dat door het aandrukken van remblokken tegen een remschijf, wrijving ontstaat. De schijf en wat daaraan verbonden is, wordt hierdoor afgeremd. De bewegingsenergie van het voertuig waarop de rem gemonteerd is, wordt in warmte omgezet. Een remschijf van een auto of motorfiets kan bij een krachtige rembeweging dan ook roodgloeiend worden.

Om de remeffectiviteit zo groot mogelijk te maken, zijn de remblokken gemaakt van een materiaal dat op de remschijf een hoge wrijvingscoëfficiënt heeft. De schijfrem wordt op veel voertuigen toegepast, van lichte fietsen tot zware treinen.

Voordeel van de schijfrem is dat de remkracht evenredig met de drukkracht van de blokken is en daardoor goed te doseren. Nadeel is dat de drukkrachten vrij groot moeten zijn om een bruikbare vertraging te krijgen. Hierom zit in moderne auto's met schijfremmen eigenlijk altijd een rembekrachtiger.

Een enkelvoudige zuiger bedient hier de rem. Schijf kan vrij draaien Het binnenste blok duwt tegen de schijf Het buitenste blok wordt tegen de schijf aan getrokken

Treinas met drie remschijven. De luchtkanalen zijn hier duidelijk te zien.

Een ander voordeel van de schijfrem is dat de rubber afdichtingen van de zuigers die de blokken bedienen ervoor zorgen dat na het gebruik van de rem de remblokken juist voldoende worden teruggetrokken om de rem weer vrij te laten lopen. Hierdoor is geen veer nodig om de remblokken terug in rustpositie te drukken en kunnen de zuigers bij het slijten van de remblokken steeds iets dichter bij de remschijf komen te zitten. Hierdoor is de slag van de zuiger tussen ruststand en aangrijping altijd hetzelfde.

Door de diameterverhouding van de hoofdrem- en wielremcilinder en de hefboomwerking van het rempedaal juist te kiezen en ook rekening te houden met het aantal te bedienen remklauwen kan voor een groot deel de remdynamiek bepaald worden. Remsystemen zonder rembekrachtiging vereisen meer bedieningskracht, maar hebben het voordeel dat deze beter te doseren zijn en meer gevoel geven aan de bestuurder. Als voorbeeld: formule 1-auto's hebben geen rembekrachtiging, maar wel rondom schijfremmen.

De bediening van de schijfrem vanaf bedieningshendel of rempedaal kan pneumatisch, hydraulisch, mechanisch (met kabels) of elektrisch/elektromagnetisch zijn.

Vooral bij zwaardere schijfremmen – zoals in auto’s en treinen – zitten in de remschijven radiaal verlopende luchtkanalen, die vlak bij de as en aan de buitenzijde open zijn. Door de middelpuntvliedende kracht tijdens het draaien stroomt lucht door deze kanalen die de remschijf koelt.