Stellingwerven

de locatie van Ooststellingwerf en Weststellingwerf

De Stellingwerven vormen een gebied in het oosten van Friesland, ten zuidoosten van de rivier de Kuinder (Fries: Tsjonger, Nedersaksisch: Kuunder), dat zich van de rest van de provincie onderscheidt doordat er voorheen deels een een andere taal dan het Fries werd gesproken. Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw werd er door velen het Stellingwerfs, een Nedersaksische streektaal, gesproken. Tegenwoordig spreken de jongere generaties deze variant nog amper. Hedendaags wordt er naast Stellingwerfs ook Fries gesproken in het gebied. Ooststellingwerf is vanaf de 19e eeuw, ten tijde van de turfwinning, sterk verfriest. In beide gemeenten is de bestuurders- en kerktaal Nederlands in opmars geraakt.

Bestuurlijk omvat de Stellingwerven de beide gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf. Landschappelijk vormt het met een aantal omliggende gebieden de Friese Wouden. In het grensgebied van Drenthe en Friesland ligt hier het Nationaal Park Drents-Friese Wold.

Politiek was het gebied in de 20e eeuw sterker naar links geneigd dan het landelijk gemiddelde. Afkomstig uit deze streek is Jeltje van Nieuwenhoven van de PvdA. Al eerder kende Nederland een nationaal politicus uit deze streek, namelijk Anne Vondeling uit Appelscha. In de 21e eeuw verschoof de politieke keuze richting VVD en rechts-populistische partijen als PVV en FvD. Namens de VVD was Stellingwerver Halbe Zijlstra in 2018 kortstondig Minister van Buitenlandse Zaken tot hij moest aftreden.

De belangrijkste plaatsen in de Stellingwerven zijn Wolvega, Oosterwolde, Appelscha, Noordwolde en Haulerwijk.

Geschiedenis

Waar de Stellingwervers oorspronkelijk vandaan komen is niet met zekerheid te zeggen. Er bestaat alleen een, historisch niet onderbouwd, verhaal dat men voor een van de kleinzonen van Karel de Grote vanuit een streek ten zuiden van Hannover in Duitsland naar deze streek zou zijn gevlucht.

De naam Stellingwerf wordt voor het eerst vermeld in 1309. Werf betekent "plaats waar recht wordt gesproken" en stelling betekent "bestuurder". Stellingwerf werd bestuurd door drie stellingen, die jaarlijks werden gekozen. Van 1309 tot 1504 was Stellingwerf feitelijk een onafhankelijke boerenrepubliek, de Vrije Natie der Stellingwerven. Veel gebieden hadden deze "onafhankelijkheid". Zij vielen wel onder een keizer of koning maar erkenden niet de door hem aangewezen lokale heerser, zijnde een bisschop of een graaf. Aangezien de gebieden veelal weinig interessant voor belastingheffing waren werden ze lange tijd ongemoeid gelaten. Eerder hoorde Stellingwerf bij Drenthe, waarmee het nog steeds het dialect deelt, en viel het onder het gezag van de bisschop van Utrecht. Waarom Stellingwerf zich losmaakte van Drenthe, en de manier waarop dat gebeurde, is grotendeels onbekend. Drenthe, onderdeel van het Oversticht, en Friesland verkeerden in die dagen regelmatig in oorlog met elkaar, maar of dat de reden voor het uittreden uit Drenthe is geweest blijft onduidelijk. Friesland was een rijk gebied ten opzichte van het arme Drenthe, wat mogelijk de overstap verklaart.

In 1504 werd Stellingwerf formeel ingedeeld bij Friesland. In 1517 werd Stellingwerf gesplitst in twee grietenijen: Stellingwerf-Oosteinde, later: Ooststellingwerf, en Stellingwerf-Westeinde, later: Weststellingwerf.