Torpedobootjager

Torpedobootjager Hr.Ms. Evertsen (EV) op open zee (bron: Koninklijke Marine)

Een jager of torpedobootjager (Engels: torpedo-boat destroyer of kortweg destroyer)[1] is een oorlogsschip dat in de 19e eeuw bij de zeemogendheden verscheen.

Het is een snel en wendbaar oorlogsschip, dat bedoeld is voor het escorteren van grotere schepen in een vloot of gevechtseenheid en daarbij weerstand moet leveren tegen kleinere, maar krachtige aanvallers met korte-afstandsgeschut (oorspronkelijk torpedoboten, maar later ook onderzeeboten en vliegtuigen).

Tot de Tweede Wereldoorlog waren torpedobootjagers lichte schepen, die niet geschikt waren om hun werk alleen uit te voeren op de grote zee├źn. Meestal opereerden ze in groepen (flottieljes) en ging een dienstschip mee voor het onderhoud aan de schepen. Tijdens en na de oorlog werden grotere torpedobootjagers gebouwd, die onafhankelijk konden opereren en de plek innamen van de kruisers, die steeds meer uit dienst werden genomen in de jaren '50 en '60.

Bij de meeste moderne marines zijn torpedobootjagers de zwaarste oppervlakteschepen. Alleen de Verenigde Staten, Rusland, Frankrijk en Peru hebben kruisers. Slagschepen zijn niet meer in dienst.[2] Moderne torpedobootjagers zijn gelijkwaardig in tonnage aan de kruisers ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, maar hun vuurkracht is veel groter en bovendien hebben moderne torpedobootjagers de beschikking over geleide wapens, die zo nodig met kernkoppen kunnen worden bewapend.