Tweepartijenstelsel

Een diagram dat beschrijft hoe het tweepartijenstelsel zichzelf voortzet.

Een tweepartijenstelsel is een parlementair stelsel waarbij twee grote politieke partijen het electoraal veld domineren. De tegenhangers van het tweepartijensysteem zijn het eenpartijstelsel en het meerpartijenstelsel.

De exacte betekenis van de term varieert in verschillende landen. In landen zoals de Verenigde Staten, Malta en Jamaica beschrijft het tweepartijensysteem de situatie waarbij nagenoeg alle verkiesbare functies naar een van de twee grote partijen gaan, en waar zogenaamde third parties zelden zetels winnen in de legislatuur. In zulke landen is het tweepartijensysteem het gevolg van het winner takes all-principe, ook wel first past the post genaamd. Dit gaat vaak samen met een districtenstelsel, omdat het idee hierachter is dat de gekozen vertegenwoordigers daadwerkelijk hun district vertegenwoordigen en geen verlengstuk zijn van de nationale politiek. Ook een hoge kiesdrempel zoals in Duitsland kan een tweepartijenstelsel in de hand werken of in ieder geval de vorming van grote blokken bevorderen. Het proces zal zichzelf uiteindelijk in stand houden, want het winner takes all principe afschaffen is niet in het belang van de twee partijen die elkaar in de macht afwisselen.

Het Verenigd Koninkrijk en Australiƫ kennen een minder rigide variant. Hier domineren twee partijen de verkiezingen, maar zijn er sterke third parties die ook zetels behalen en in uitzonderlijke gevallen in coalitie met een van de dominante partijen treden. Derdelijke partijen liggen meestal ofwel ideologisch tussen beide grotere partijen in, of hebben een zeer sterke regionale basis. Wanneer beide grote partijen net onder de 50% blijven steken, kan een dergelijke derde partij ondanks diens kleine aanhang een onevenredig grote invloed uitoefenen. Dit komt omdat de grote partijen vaak niet samen willen regeren en iedere coalitie dus op de derde partij is aangewezen. De Duitse FDP verkeerde in een dergelijke positie toen de Duitse politiek door de SPD en de CDU werd gedomineerd. In Spanje was er na de invoering van de democratie in 1978, na de dood van Franco, ook sprake van een tweepartijenstelsel waarin andere partijen in de marge voorkwamen. Dit systeem is echter opengebroken in 2015, als bij de parlementsverkiezingen van dat jaar twee nieuwkomers ongeveer net zo groot worden als de twee bestaande leidende partijen, en er dus vier grote blokken in het congres plaatsnemen.

De algemene trend bij een tweepartijenstelsel blijkt te zijn dat de ene partij rechts en de andere partij links is waardoor er een dichotome opdeling bestaat. Zo is er de Nationalistische Partij in Malta ten opzichte van de Malta Labour Party, de Republikeinen tegenover de Democraten in de Verenigde Staten, de Liberal Party of Australia ten opzichte van de Australian Labor Party en de Conservatives ten opzichte van de Labour Party in het Verenigd Koninkrijk.

Voordelen

Het voordeel van een districtenstelsel is de politieke stabiliteit. Nieuwkomers, waaronder populistische en extremistische partijen, zullen minder kans krijgen om aan een regering deel te nemen of de besluitvorming te frustreren. Ook wordt de situatie waarin een land praktisch onbestuurbaar en een coalitie praktisch onmogelijk wordt door een grote kluwen kleinere partijen die elkaar tegenwerken, vermelden. Duitsland voerde bijvoorbeeld opzettelijk een hoge kiesdrempel van 5% in vanwege de slechte ervaringen met de Weimarrepubliek.