Zesdaagse Oorlog
English: Six-Day War

Zesdaagse Oorlog
Onderdeel van het Arabisch-Israëlisch conflict
Israëlische officieren bij een vernietigd Arabisch vliegtuig
Israëlische officieren bij een vernietigd Arabisch vliegtuig
Datum5 juni - 10 juni 1967
LocatieMidden-Oosten
ResultaatBeslissende Israëlische overwinning
Casus belliEgyptische blokkade van de Straat van Tiran en bezetting van de Sinaï, grensconflict Syrië - Israël.
Territoriale
veranderingen
Israël veroverde de Gazastrook en Sinaï op Egypte, de Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem) op Jordanië en de Hoogten van Golan op Syrië.
Strijdende partijen
Vlag van Israël Israël
Vlag van Egypte Egypte
Vlag van Syrië Syrië
Vlag van Jordanië Jordanië
Vlag van Irak (1963-1991) Irak
Expeditiemachten
Vlag van Libanon Libanon
Flag of Palestine.svg PLO
Leiders en commandanten
Vlag van Israël Yitzchak Rabin
Vlag van Israël Moshe Dayan
Vlag van Israël Uzi Narkiss
Vlag van Israël Israel Tal
Vlag van Israël Mordechai Hod
Vlag van Israël Ariel Sharon
Vlag van Egypte Gamal Abdel Nasser
Vlag van Syrië Mohammed Abdel Hakim Amer
Vlag van Syrië Abdul Munim Riad
Vlag van Jordanië Zaid ibn Shaker
Vlag van Syrië Hafiz al-Assad
Troepensterkte
50.000 troepen
214.000 reserves
280 (jacht)bommenwerpers
1300 tanks

Totaal troepen: 264.000
100.000 ingezet
Egypte: 240.000
Syrië: 75.000
Jordanië: 55.000
Irak: 4000
2.504 tanks[1]
500 (jacht)bommenwerpers

Totaal troepen: 547.000
240.000 ingezet
Verliezen
779 doden,
2.563 gewonden,
15 gevangenen,
46 vliegtuigen,
400 tanks
± 12.000 doden,
30.000 gewonden,
6.000 gevangenen,
meer dan 450 vliegtuigen,
1200 tanks
20 Israëlische burgers gedood[2]
34 Amerikaans marinepersoneel gedood[3]

De Zesdaagse Oorlog (ook: Juni-oorlog) (Arabisch: حرب الأيام الستة, harb al‑ayyam as‑sitta; Hebreeuws: מלחמת ששת הימים, milchemet sheshet ha-jamim) was de oorlog die van 5 tot en met 10 juni 1967 werd uitgevochten tussen Israël en zijn Arabische buurlanden Egypte, Jordanië en Syrië. De term "Zesdaagse Oorlog" is kort na de gebeurtenissen verzonnen door Moshe Dayan in een bewuste toespeling op de zes dagen der schepping in Genesis.[4]

Als uitkomst van de Suezcrisis van 1956, werd de Egyptische Sinaï gedemilitariseerd en de Golf van Akaba geopend voor de Israëlische scheepvaart. Vanaf 1964 deden er zich steeds ernstiger grensconflicten voor tussen Israël en Syrië. Het revolutionaire Syrische regime liet daarbij guerrilla-aanvallen uitvoeren door de PLO. In mei 1967 vreesde Syrië dat Israël wilde oprukken naar Damascus om de radicale Syrische regering ten val te brengen. De Egyptische president Gamal Abdel Nasser liet hierop zijn leger de Sinaï weer binnentrekken. Ook toen bleek dat het om een vals alarm ging, verhoogde Nasser de druk door op 22 mei de Straat van Tiran te sluiten. De Arabische wereld raakte hierop in oorlogsstemming wat de Israëlische bevolking beangstigde. Een nieuwe Israëlische regering van nationale eenheid besloot een mogelijke opbouw van een overmacht aan Arabische troepen te voorkomen door op korte termijn als eerste aan te vallen.

In de ochtend van 5 juni 1967 werd de Egyptische luchtmacht vernietigd door een Israëlische verrassingsaanval. Die dag brak een onverwachte frontale aanval in het noorden van de Sinaï door de Egyptische verdediging. Op 6 juni kreeg het Egyptische leger het bevel zich over het Suezkanaal in veiligheid te stellen waarbij het grootste deel van het zware materieel achtergelaten werd. Op 5 juni ging koning Hoessein van Jordanië niet in op een Israëlisch voorstel om neutraal te blijven. Op 7 juni werd na felle gevechten heel Jeruzalem door het Israëlische leger veroverd en verloren de Jordaniërs een tankslag in Samaria. Dezelfde dag trok het Jordaanse leger zich terug over de Jordaan en werd de Westelijke Jordaanoever bezet. De Israëlische minister van Defensie Moshe Dayan besloot om de Syrische Hoogten van Golan in te nemen voordat een wapenstilstand opgelegd door de Veiligheidsraad in werking trad. Op 9 juni werd, ondanks zware Israëlische verliezen, het noordelijk deel van de hoogvlakte veroverd. Op 10 juni gaf de Syrische regering het zuidelijk deel op om de hoofdstad Damascus te beschermen; om 18:30 (plaatselijke tijd) kwam aan alle gevechten een einde.

Het bezetten van de Gazastrook, de Sinaï, de Westelijke Jordaanoever en de Hoogten van Golan verviervoudigde het door Israël bestuurde gebied. Ondanks de vlucht en verdrijving van veel Palestijnen en Syriërs kwam een miljoen Arabieren onder Israëlisch bestuur. Dit legde de kiem voor volgende oorlogen en de nog voortdurende problematiek van de bezette gebieden.