Filipijnen | bestuur en samenleving
English: Philippines

Bestuur en samenleving

Staatsinrichting

1rightarrow blue.svg Zie Politiek en staatsinrichting van de Filipijnen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Het Malacañang Palace aan de Pasig is de ambtsresidentie van de Filipijnse president

De Filipijnen zijn een presidentiële republiek. De president van de Filipijnen is zowel staatshoofd als hoofd van de regering. Daarnaast is de president opperbevelhebber van alle onderdelen van de Filipijnse krijgsmacht. De president benoemt bovendien de leden van het Filipijnse kabinet en stuurt deze aan. Sinds de vaststelling van de huidige Filipijnse Grondwet in 1987 mag de president na afloop van zijn of haar termijn van zes jaar niet worden herkozen. De huidige Filipijnse president Rodrigo Duterte werd bij de landelijke verkiezingen van 2016 gekozen. Tegelijk met de presidentsverkiezingen wordt er ook gekozen voor de vicepresident van de Filipijnen. Hoewel de meeste vicepresidentskandidaten als running-mate aan een presidentskandidaat gelieerd zijn, zijn de verkiezingen onafhankelijk van elkaar. De vicepresident is de eerste in de lijn van opvolging wanneer een president tussentijds dient te worden opgevolgd. Het is gebruikelijk dat de vicepresident door de president wordt benoemd in het kabinet. De huidige vicepresident van de Filipijnen is Leni Robredo.

De wetgevende macht in de Filipijnen ligt bij het Congres. Het Congres is georganiseerd volgens het tweekamerstelsel en bestaat uit de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Bij veel parlementen die zijn georganiseerd volgens het tweekamerstelsel, heeft de Eerste Kamer (of de Senaat) een controlerende functie over het werk van de Tweede Kamer en is derhalve de minst machtige van de twee. Dit is in de Filipijnen niet het geval. De 24 senatoren worden door middel van landelijke verkiezingen voor een termijn van zes jaar gekozen. Elke drie jaar is daarbij de helft van de senaatszetels verkiesbaar. De senatoren kiezen onderling de President van de Filipijnse Senaat. Deze functie is na die van president en vicepresident de machtigste van het land en wordt sinds 2016 bekleed door Aquilino Pimentel III.

Elke drie jaar worden ook alle leden van het Huis van Afgevaardigden opnieuw gekozen. Het leden van het Huis, dat volgens de Filipijnse Grondwet maximaal 250 leden mag hebben, worden in tegenstelling tot de senatoren voor het grootste deel gekozen middels lokale verkiezingen. Hierbij wordt per kiesdistrict gekozen uit de kandidaten die zich voor dat district verkiesbaar hebben gesteld. Daarnaast worden echter ook nog een aantal afgevaardigden op indirecte wijze via landelijke verkiezingen gekozen. Kiezers kunnen namelijk ook nog een stem uitbrengen op een van de partijen op de zogenaamde partijlijst. Deze partijen vertegenwoordigen diverse maatschappelijke groeperingen. Het aantal uitgebrachte stemmen bepaald hoeveel afgevaardigden een partij op deze partijlijst in het Huis toebedeeld krijgt.

De rechterlijke macht in de Filipijnen is georganiseerd in vier niveaus. De top van de rechterlijke macht wordt gevormd door het Filipijnse hooggerechtshof, dat is samengesteld uit veertien rechters en een opperrechter. De huidige opperrechter is sinds 2010 Renato Corona. De rechters worden benoemd door de Filipijnse president en blijven normaal gesproken in functie tot hun verplichte pensionering op hun 70e verjaardag. Een niveau lager staat het hof van beroep, dat is ingedeeld in vijftien divisies over het hele land. Daaronder staan de regionale en lokale rechtbanken. Voor corruptiezaken is een speciale rechtbank ingesteld, het sandiganbayan. Deze rechtbank staat hiërarchisch gezien op gelijk niveau met het Hof van beroep. In sommige provincies in het zuiden van de Filipijnen met veel islamitische inwoners is een sharia-rechtbanksysteem ingevoerd.

Politiek

Het Filipijns Congres tijdens de State of the Nation Address van 2011

De politiek in de Filipijnen wordt van oudsher beheerst door een kleine groep van enkele honderden invloedrijke families en is derhalve een voorbeeld van een oligarchie. Deze veelal rijke elite is vaak ook grootgrondbezitter en eigenaar van grote Filipijnse bedrijven. Deze groep politici betalen de steun van de arme massa terug door het verlenen van bepaalde gunsten en voordelen, zoals de aanleg van een nieuwe weg of brug. Doordat de Filipijnse elite de macht grotendeels in handen heeft zijn ze in staat de bestaande situatie in stand te houden. In de jaren 90 deed ook een tweede groep politici haar intrede. Deze groep slaagde erin door gebruik te maken van hun populariteit als acteur, sporter of televisiepersoonlijkheid om gekozen te worden voor een politieke functie. Een van de bekendste voorbeelden daarvan is acteur Joseph Estrada, die eerst tot senator en later tot president werd gekozen.

Hoewel de staatkundige inrichting van de Filipijnen veel overeenkomsten vertoont met die van hun voormalige kolonisator de Verenigde Staten is een groot verschil dat de Filipijnen, net als bijvoorbeeld Nederland of België, een meerpartijenstelsel kennen. Deze partijen onderscheiden zich echter in tegenstelling tot de partijen in die landen meestal niet op basis van hun ideologie of hun programma, maar zijn bedoeld om een bepaalde politicus in zijn of haar zetel te krijgen. Politici in de Filipijnen stappen dan ook vaak over van de ene naar de andere partij, of richten speciaal voor een aankomende verkiezing een nieuwe partij op. De belangrijkste politieke partijen in de tijd tot de periode Marcos waren de Nacionalista Party en de Liberal Party. Tijdens het bewind van Marcos werd het meerpartijensysteem in feite afgeschaft, omdat politici een politieke carrière nastreefden dat alleen konden bewerkstelligen door lid te worden van de door hem opgerichte partij New Society Movement (Kilusang Bagong Lipunan). Toen Marcos na de EDSA-revolutie het land moest ontvluchten, stortte deze partij in elkaar. Enkele oude partijen werden weer opgestart en er ontstonden diverse nieuwe partijen. Deze partijen waren echter net als voorheen niet of nauwelijks te onderscheiden door programma of ideologie.

Bestuurlijke indeling

De regio's en provincies

De Filipijnen kennen in het grootste deel van het land vier bestuurslagen. Naast de nationale overheid zijn dat de provincies, de gemeenten en steden en daaronder de barangays. De 81 provincies zijn voor administratief gemak in zestien regio's gegroepeerd. Daarnaast is er nog een zeventiende regio, National Capital Region (NCR), die niet is onderverdeeld in provincies maar bestaat uit zestien steden en gemeenten rond Manilla. Deze zeventien regio's vormen echter geen aparte bestuurlijke laag. De enige uitzondering daarop is Autonomous Region in Muslim Mindanao (ARMM) op het zuidelijke eiland Mindanao. Deze regio kent een eigen gekozen volksvertegenwoordiging en regionaal gouverneur. Provincies zijn onderverdeeld in steden en gemeenten. Naast de steden, die bestuurlijke gezien onderdeel uitmaken van een provincie, bestaan er ook enkele tientallen onafhankelijke steden, die direct onder de nationale overheid vallen. Alle steden en gemeenten zijn op hun beurt weer onderverdeeld in barangays. Het aantal steden, gemeenten en barangays is nogal aan verandering onderhevig. Per 30 september 2014 waren er in de Filipijnen 144 steden, 1490 gemeenten en 42.029 barangays.[21]

Internationale relaties

De Filipijnen zijn sinds de oprichting lid van de Verenigde Naties, zijn sindsdien diverse malen gekozen als lid van de Veiligheidsraad en participeren in VN organisaties als FAO, ILO, UNESCO en WHO. Daarnaast is het land momenteel lid van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties en neemt het deel aan vredesmissies. Naast de Verenigde Naties zijn de Filipijnen ook lid van de Latijnse Unie en de Beweging van Niet-Gebonden Landen en waren ze lid van de inmiddels opgeheven Zuidoost-Aziatische Verdragsorganisatie (SEATO).

In regionaal verband zijn de Filipijnen medeoprichters van ASEAN (Association of Southeast Asian Nations). Dit samenwerkingsverband tussen Zuidoost-Aziatische landen heeft tot doel de onderlinge relaties te versterken en de economische en culturele groei van de lidstaten te bevorderen. De relatie tussen de Filipijnen en enkele buurnaties is sterk verbeterd vergeleken met de jaren 70 toen het land in oorlog was met Vietnam en er bovendien sprake was van een ernstig dispuut met Maleisië over het noordoostelijke deel van Borneo, dat op historische gronden werd geclaimd door de Filipijnen. Ook met China is de relatie sinds het einde van de Koude Oorlog sterk verbeterd. Tegenwoordig zorgen de Spratly-eilanden, die behalve door de Filipijnen ook door China, Maleisië en Vietnam worden geclaimd, nog zo nu en dan voor onderlinge frictie. Hierin trekken de Filipijnen, gesteund door de Verenigde Staten, meer en meer met Vietnam op tegen het sterkere China.

Verder is de relatie met Japan sinds de Tweede Wereldoorlog altijd goed geweest; Japan wordt gezien als de belangrijkste partner in de regio. Met de Verenigde Staten is economische, politieke en militaire samenwerking sinds de onafhankelijkheid in 1946. Vanwege de grote aantallen gastarbeiders onderhoudt het land verder goede relaties met onder andere Zuid-Korea, Qatar, Singapore, Saoedi-Arabie en de Verenigde Arabische Emiraten.

Veiligheid en defensie

Filipijnse mariniers tijdens een gezamenlijke oefening met Amerikaanse strijdkrachten in 2009

De Filipijnse krijgsmacht is verantwoordelijk voor de defensie van de Filipijnen. Het is een beroepsleger dat de beschikking heeft over 113.500 actieve militairen en 131.000 reservisten en is samengesteld uit drie onderdelen: de Filipijnse luchtmacht, de Filipijnse landmacht en de Filipijnse marine. De binnenlandse veiligheid is de verantwoordelijkheid van de Philippine National Police. Hierbij worden ze, met name als het gaat om de bestrijding van opstandige groeperingen, zoals de communistische NDF en de islamitische groeperingen zoals Abu Sayyaf en MILF, geholpen door het leger. Filipijnse strijdkrachten en politiemensen nemen regelmatig deel aan internationale vredesmissies onder de vlag van de Verenigde Naties. Zo waren er troepen actief in onder meer Afghanistan, Oost-Timor en Soedan.

De Filipijnen onderhouden sinds het verkrijgen van de onafhankelijkheid kort na de Tweede Wereldoorlog nauwe militaire banden met hun voormalig kolonisator, de Verenigde Staten. De Filipijnen steunden de VS in de loop der tijd in diverse conflicten, in ruil voor veel ontwikkelingshulp, militaire apparatuur en training. Zo namen er Filipijnse strijdkrachten deel aan de Koreaanse Oorlog en de Vietnamoorlog. Bij de onafhankelijkheid had de VS bovendien bedongen dat zij 99 jaar lang diverse grote legerbases in de Filipijnen zou mogen exploiteren. De twee grootste bases, Subic Bay Naval Base in Olongapo en Clark Air Base bij Angeles, behoorden tot de grootste ter wereld en waren voor de VS van groot strategisch belang. In de loop der tijd nam de weerstand tegen de Amerikaanse aanwezigheid onder de bevolking toe. De looptijd werd drastisch ingekort en hoewel de regering van toenmalig president Corazon Aquino voor verlenging van het contract voor de bases was, stemde de Filipijnse Senaat in 1991 uiteindelijk tegen en werden ze gesloten. Na aanslagen op 11 september 2001 in New York waren de Filipijnen een van de landen die steun verleenden aan de door de regering-Bush gestarte 'War on Terrorism'. Amerikaanse troepen ondersteunen sinds die tijd het Filipijnse leger in hun strijd tegen de islamistische afscheidingsbewegingen in het zuiden van het land.

Gezondheidszorg

Gezondheidszorg valt onder de verantwoordelijkheid van het Departement van Volksgezondheid (Department of Health). Ongeveer 60% van de ziekenhuizen in de Filipijnen zijn commerciële instellingen. De overheidsziekenhuizen vallen voor een groot deel onder de verantwoordelijkheid van de lokale overheden. De provinciale overheid is verantwoordelijk voor de provinciale- en districtsziekenhuizen en de gemeente- en stadsbesturen voor de kleinere artsenposten, de zogenaamde Rural Health Units (RHU's) en de barangay health units. Enkele tientallen grotere en diverse gespecialiseerde ziekenhuizen, zoals het Philippine Heart Center vallen rechtstreeks onder de departementen. In ziekenhuizen van de overheid is de zorg gratis. De patiënten dienen echter wel de medicijnen te betalen. Ongeveer 80 procent van de Filipino's is voor ziektekosten verzekerd bij de Philippine Health Insurance Corporation (of kortweg PhilHealth). De dekking door PhilHealth is echter beperkt, waardoor de ziektekosten relatief zwaar drukken op het budget van het arme deel van de bevolking.[22]

Het budget dat de Filipijnse overheid heeft vastgesteld voor gezondheidszorg is relatief klein. Het grootste deel van de Filipijnse gezondheidszorg wordt verzorgd door commerciële privéinstellingen. In 2006 bedroegen de totale uitgaven voor gezondheidszorg 3,8% van het Filipijns Bruto binnenlands product. De overheid nam daarvan 32,9% voor haar rekening. Privéinstellingen namen het grootste deel van het resterende bedrag voor hun rekening. De overheidsuitgaven voor gezondheidszorg bedroegen 6,1% van de totale overheidsuitgaven. Per hoofd van de bevolking kwam dit neer op $52.[23] Vier jaar later was dat deels door de grote bevolkingsgroei nog verder afgenomen. Voor 2010 was het budget voor gezondheidsuitgaven ₱28 miljard ($597 miljoen) oftewel ₱310 ($7) per hoofd van de bevolking.[24]

In 2001 waren er ongeveer 1.700 ziekenhuizen. Veertig procent daarvan waren overheidsziekenhuizen en de resterende zestig procent commerciële ziekenhuizen. Diverse van deze commerciële ziekenhuizen zijn van zeer hoog niveau, zoals Makati Medical Center en St. Luke's Medical Center. Deze ziekenhuizen zijn echter voor het grootste deel van de bevolking niet betaalbaar. Er zijn naar schatting 90.370 dokters, ofwel 1 dokter op elke 833 mensen. Dit verhoudt zich positief met buurlanden als Thailand (1 op 2500) en Indonesië (1 op 10.000), maar is minder dan bijvoorbeeld Nederland (1 op 270) of de Verenigde Staten (1 op 385).[23] Het is bovendien lastig om deze aantallen op acceptabel niveau te houden, omdat veel medisch geschoold personeel na verloop van tijd vertrekt naar het buitenland om daar te gaan werken. Zo werkt 70% van de verpleegsters buiten de Filipijnen. Het land is daarmee 's werelds grootste exporteur van verpleegkundig personeel.[25] Daarbij komt dat de verdeling van ziekenhuizen en medisch personeel over het land erg onevenwichtig is. De meeste ziekenhuizen en medisch personeel zijn te vinden in de buurt van Manilla en andere stedelijke agglomeraties zoals Cebu. Op het Filipijnse platteland is de gezondheidszorg veelal ontoereikend en van slechte kwaliteit.

De gezondheidszorg in de Filipijnen en de gezondheid van de gemiddelde Filipino is de laatste tientallen jaren vooruit gegaan. Dit heeft zich onder andere geuit in een grote stijging van de gemiddelde levensverwachting. In 1947 was de levensverwachting van een pasgeboren Filipijnse baby 47,8 jaar. In 2009 was dit gestegen naar 71,1 jaar. Vergeleken met enkele naburige landen blijft de ontwikkeling van de gezondheidszorg echter achter. Er liggen onder andere uitdagingen op het gebied van gezondheidszorg voor (aankomende) moeders en reproductieve gezondheidszorg. Ook is een groot deel van de bevolking ondervoed. Van de kinderen onder 5 jaar oud heeft 20,7% ondergewicht. Dit percentage is veel hoger van dat van buurlanden als China (6,8%) en Singapore (3,3%), vergelijkbaar met dat van Vietnam (20,2%) en lager dan van Cambodja (28,4%) en Laos (36,4%). Van elke 1000 kinderen sterven in de Filipijnen 28 voor het bereiken van de leeftijd van vijf jaar, hetgeen iets hoger is dan het regionaal gemiddelde van 22 per 1000. De moedersterfte tijdens een bevalling is met 230 op elke 100.000 geboortes veel hoger dan het regionaal gemiddelde dat 82 op elke 100.000 geboortes bedraagt.[23] De belangrijkste doodsoorzaken in de Filipijnen zijn infecties van de luchtwegen, hart-en vaat ziekten en tuberculose. Malaria behoort niet meer tot 's lands grootste doodsoorzaken, maar vormt nog wel steeds een risico in landelijke gebieden.[26]

Onderwijs

Filipijnse jeugd onderweg naar school

Onderwijs in de Filipijnen is verplicht en gratis voor kinderen van zeven tot twaalf jaar. De meeste Filipijnse kinderen gaan naar openbare scholen. Kinderen uit welgestelde families worden ook wel naar privéscholen gestuurd. Het onderwijssysteem lijkt veel op het Amerikaanse systeem. Kinderen beginnen op hun zevende met het primair onderwijs dat normaal gesproken op hun twaalfde wordt afgerond. Daarna volgt een vier jaar durende secondaire schoolopleiding (high school). Daarna kan nog op tertiair niveau verder worden gestudeerd aan een van de vele universiteiten die de Filipijnen kennen voor een bachelor- of masters-diploma. Het is in de Filipijnen gebruikelijk dat de kinderen schooluniformen dragen.

Gemiddeld gaan Filipijnse kinderen 12 jaar naar school. Volgens cijfers uit 2000 kan 92,6% van de bevolking lezen en schrijven. Dit percentage is voor mannen en vrouwen ongeveer gelijk. De Filipijnen besteden een relatief laag percentage van het bruto binnenlands product (bbp) aan onderwijs. In 2005 was dit 2,5% van het bnp.[13]

De oudste universiteit van het land is de University of San Carlos in Cebu City die in 1595 werd opgericht. De University of Santo Tomas gevestigd in Manilla betwist deze claim, omdat zij eerder de status van universiteit kregen toebedeeld, namelijk in 1645. De in 1908 door de Amerikanen opgerichte University of the Philippines met vestigingen door het hele land is een staatsuniversiteit en is een van de betere en grootste universiteiten van het land. In de stad Dumaguete op Negros bevindt zich de enige protestante universiteit van het land, de Silliman University. In het overwegend islamitische zuiden van het land bevindt zich in de stad Marawi, de islamitische universiteit Mindanao State University. Daarnaast zijn er in de Filipijnen nog tientallen andere universiteiten en hogescholen.

Misdaad

De verantwoordelijkheid voor het handhaven van de wet ligt in de Filipijnen voornamelijk bij de Philippine National Police. Daarnaast zijn er instanties voor gespecialiseerde taken zoals de bestrijding van drugs en terrorisme. Het National Bureau of Investigation (NBI) is verantwoordelijk voor het opsporen en oplossen van grotere misdaadzaken, terwijl de Filipijnse kustwacht verantwoordelijk is voor het handhaven van de maritieme wetgeving.

De Filipijnen kennen vergeleken met geïndustrialiseerde landen relatief lage misdaadcijfers. Een uitzondering daarop vormt het aantal moorden dat met 7,85 per 100.000 inwoners in het jaar 2000 hoger lag dan het moordcijfer in de Verenigde Staten. Ook worden er vrij vaak mensen ontvoerd, meestal met de bedoeling om losgeld te kunnen eisen. Met name de ontvoeringen door de islamitische terreurbeweging Abu Sayyaf in het zuiden van het land zijn berucht, omdat deze nogal eens eindigen in de onthoofding van de slachtoffers. Een ander groot probleem in de Filipijnen is het aantal moorden dat wordt gepleegd door of in opdracht van politie of het leger, de zogenaamde extrajudicial killings. Slachtoffers van dergelijke moorden zijn dikwijls journalisten of linkse activisten. Verder vinden in het zuiden aanslagen plaats, niet alleen door islamitische groeperingen als Abu Sayyaf en BIFF, maar ook door andere groeperingen, zoals het communistische New People's Army.

De zwaarste straf die de Filipijnen kennen is een levenslange gevangenisstraf, nadat in 2004 de doodstraf werd afgeschaft. De doodstraf was eerder al in 1987 afgeschaft, maar werd in 1994 door toenmalig president Fidel Ramos geherintroduceerd. In de Filipijnen worden ruim 102.000 mensen gevangen gehouden. Dat betekent dat 111 mensen op elke honderdduizend Filipino's in de gevangenis zitten. Daarmee bevinden de Filipijnen zich wereldwijd gezien in de middenmoot.[27]

Media

De grootste dagbladen van de Filipijnen zijn de Manila Bulletin, de Philippine Star, de Philippine Daily Inquirer, de Manila Times en Business World.[28] De grootste televisienetwerken van het land zijn ABS-CBN en GMA. De zenders van deze netwerken kunnen behalve via de kabel ook via de ether ontvangen worden. In totaal waren er in 2004 225 televisiezenders, 369 AM-radiozenders, 583 FM-radiozenders en vijf kortegolfzenders. Hoewel sommige media zoals IBC (televisie) en de Philippine Broadcasting Service (radio) in handen zijn van de overheid, zijn de meeste mediabedrijven commerciële bedrijven. Verreweg de meeste daarvan zijn weer in handen van de een van de machtige families van de Filipijnse elite of hun bedrijven. Als gevolg hiervan is de berichtgeving met betrekking tot bepaalde onderwerpen niet altijd neutraal. In 2007 hadden naar schatting 14 miljoen Filipino's toegang tot internet[29][30]

Sport

Manny Pacquiao als het grote voorbeeld

De populairste (kijk)sporten in de Filipijnen zijn basketbal, boksen en pool. Bij het basketballen werd in het verleden behoorlijk wat succes geboekt op internationaal niveau. De laatste tientallen jaren is dat echter wat minder geworden. In het boksen en poolen behalen Filipino's nog wel regelmatig successen op mondiaal niveau. De meeste medailles die de Filipijnen op de Olympische Spelen behaalden werden veroverd bij het boksen. Ook in de lichtgewichtklassen van het profboksen worden regelmatig successen geboekt. In het verleden was de legendarische Pancho Villa de eerste Filipijnse wereldkampioen. Later volgde onder andere Gabriel Elorde. De laatste jaren was met name Manny Pacquiao erg succesvol. Hij won al diverse wereldtitels en is een van de succesvolste Filipijnse sporters aller tijden. In het poolen zijn de Filipijnen een van de toonaangevende landen. De succesvolste Filipijnse pooler aller tijden is Efren Reyes. Hij voerde van 2000 tot en met 2006 de ranglijst van meestverdienende poolspelers aan. Basketballen en poolen zijn niet alleen populaire kijksporten, maar worden ook door het hele land veelvuldig recreatief beoefend. In elk dorp, hoe klein ook, zijn wel basketbalveldjes en pooltafels te vinden. Naast de genoemde sporten geniet ook het schaken enige populariteit in de Filipijnen. De meest succesvolle Filipijnse schaker is zonder twijfel Eugenio Torre. Hij was de eerste schaakgrootmeester van Azië en vertegenwoordigde het land negentien achtereenvolgende keren op de internationale schaakolympiade. In 1992 was hij de secondant van Bobby Fischer in diens revanchewedstrijd tegen Boris Spasski.