Filipijnen | fysische geografie
English: Philippines

Fysische geografie

1rightarrow blue.svg Zie Geografie van de Filipijnen, Geologie van de Filipijnen en Klimaat van de Filipijnen voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Topografie en landschap

Reliëfkaart van de Filipijnen
(Klik erop voor een grotere versie)

De Filipijnen liggen in Zuidoost-Azië, tussen 4° 24' 53,84" en 21° 7' 18,41" noorderbreedte en tussen 116° 40' en 126° 36' 18,26" oosterlengte.[10] Het land heeft geen enkele landgrens met buurlanden. De dichtstbijzijnde buurlanden zijn Vietnam in het westen, China in het noordwesten, Taiwan in het noorden, en Indonesië, Maleisië en Brunei in het zuiden en zuidwesten. De wateren die de Filipijnen omringen zijn de Filipijnenzee in het oosten, de Celebeszee in het zuiden, de Suluzee in het zuidwesten en de Zuid-Chinese Zee in het westen en noorden. De omringende zeeën zijn op enkele plekken zeer diep. Dicht langs de oostkust ligt de Filipijnentrog (10.497 m) die tot de diepste plekken ter aarde behoort. Ook de Suluzee (5000 m) en de Zuid-Chinese Zee (5559 m) zijn erg diep. De eilandengroep strekt zich uit van noord naar zuid uit over 1850 km en van oost naar west over maximaal 965 kilometer. De totale oppervlakte van de Filipijnen is 300.000 km². Hiervan is 298.200 km² land en 1800 km² water. Van de 7.107 Filipijnse eilanden hebben er 3144 een naam en zijn er ongeveer 1000 bewoond. De twee grootste eilanden Luzon (104.688 km²) en Mindanao (94.630 km²) beslaan samen ongeveer twee derde van de totale oppervlakte. De grootste eilanden hierna zijn: Samar (13.080 km²), Negros (12.710 km²), Palawan (11.785 km²), Panay (11.515 km²), Mindoro (9735 km²), Leyte (7214 km²), Cebu (4422 km²) en Bohol (3269 km²). De hoofdstad Manilla ligt op Luzon aan de Baai van Manilla.

Het landschap van Luzon is bijzonder gevarieerd. Het noorden wordt gedomineerd door enkele grote bergketens die grofweg een grote U vormen. De Cordillera Central en de Sierra Madre vormen de poten van de U en de Caraballo Mountains vormen de verbinding tussen de twee. De Cordillera Central is de grootste bergketen van de Filipijnen en loopt van de provincie Apayao in het uiterste noorden van Luzon tot de provincie Nueva Vizcaya en het noorden van Nueva Ecija waar de keten aansluit op de van oost naar west lopende Caraballo Mountains. De Sierra Madre loopt langs bijna de gehele noordoostkust van Luzon. De hoogste piek van de Cordillera Central is Mount Pulag (2922 m). Enkele andere hoge bergen in het gebied zijn Mount Amuyao (2702 m), Mount Data (2310 m), Mount Atchanan (2576 m) en Mount Balbalan. Tussen de Cordillera Central en de Sierra Madre loopt de rivier de Cagayan. Deze langste rivier van de Filipijnen (505 km) stroomt door de ongeveer 80 kilometer brede Cagayanvallei. Het centrale deel van Luzon wordt gevormd door een grote laagvlakte met daarmiddenin de slapende vulkaan Mount Arayat (1026 m). Ten zuidoosten van Manilla ligt Laguna de Bay. Dit grootste Filipijnse meer is verbonden met de Baai van Manilla door de Pasig. Nog verder naar het zuidoosten ligt het Bicolschiereiland dat wordt gekenmerkt door een grillige kustlijn en diverse geïsoleerde vulkanen en bergen, zoals Mount Banahaw (2169 m) en Mount Isarog (1966 m). Midden in de provincie Albay ligt de Mayon (2462 m). Deze stratovulkaan heeft een bijna perfecte kegelvorm en is de meest actieve vulkaan van het land. Diverse eilanden en eilandengroepen ten zuiden en zuidwesten van Luzon worden ook tot de eilandengroep Luzon gerekend, waaronder de Catanduanes-eilanden, de Lubang-eilanden, Marinduque, Masbate, de Romblon-eilanden, Mindoro, de Polillo-eilanden en Palawan. De hoogste berg op al deze eilanden is Mount Halcon (2586 m) op Mindoro.

De centrale eilandengroep ten zuiden van Luzon en ten noorden van Mindanao wordt aangeduid als de Visayas. Met uitzondering van Samar en Bohol hebben alle grotere eilanden van de Visayas een bergketen in het midden en in de lengterichting van het eiland. De hoogste bergen in de Visayas zijn de vulkaan Mount Canlaon (2435 m) op Negros en Mount Madiaas (2117 m) op Panay. Centraal op Bohol liggen de Chocolate Hills. Deze grote groep uniek gevormde, chocoladebruine heuvels trekken jaarlijkse vele toeristen naar het gebied.

Het zuiden van de Filipijnen wordt gevormd door het grote eiland Mindanao, enkele eilanden daaromheen, zoals Camiguin, Siargao, Dinagat, Basilan en de Sulu-eilanden. Mindanao wordt van noord naar zuid doorsneden door enkele bergketens, waarvan de toppen gemiddeld hoger dan 1250 meter zijn. De hoogste berg van Mindanao en tevens de hoogste berg van het land, is Mount Apo (2954 m). Tussen de eerste en langste bergketen langs de oostkust en de volgende keten ten westen daarvan stroomt de Agusan. Nog wat verder naar het westen en zuidwesten stroomt de Rio Grande de Mindanao, de langste rivier van het eiland.

Geologie

De Mayon op een heldere dag

Het landschap van de Filipijnen wordt gedomineerd door heuvels en bergen. Slechts ongeveer 35% van het oppervlakte is vlak. Het ontstaan van dit landschap heeft te maken met het ontstaan van de Filipijnse archipel als gevolg van het naar elkaar toe bewegen van de Filipijnse Plaat en de Euraziatische Plaat. Door deze subductie is een netwerk van diepe troggen in de oceaan ontstaan, waarvan de Filipijnentrog voor de oostkust van Luzon de diepste en bekendste is. Naast deze troggen hebben zich diverse eilandbogen gevormd die samen het grootste deel van de Filipijnen omvatten. Tegelijk met de gebergtevorming trad ook veel vulkanisme op. De Filipijnen maken deel uit van de zogenaamde Ring of Fire en kennen enkele tientallen actieve vulkanen, waaronder Mount Pinatubo, die in 1991 met verwoestende kracht uitbarstte; Mount Mayon, een vulkaan met een bijna perfecte kegelvorm, en Mount Taal. Een ander effect van de platentektoniek zijn de regelmatig voorkomende aardbevingen.

Klimaat

Klimatogram van Manilla[11]
J F M A M J J A S O N D
 
 
20
 
30
21
 
 
10
 
31
22
 
 
10
 
32
22
 
 
30
 
33
24
 
 
120
 
33
25
 
 
260
 
32
25
 
 
400
 
31
24
 
 
360
 
30
23
 
 
340
 
31
23
 
 
190
 
30
23
 
 
130
 
30
23
 
 
60
 
30
22
Temperatuur in °CTotale neerslag in mm

De Filipijnen hebben een tropisch klimaat, dat wordt gekarakteriseerd door een hoge gemiddelde temperatuur, een hoge luchtvochtigheid en overvloedige regenval. Van maart tot en met mei is het in grote delen van de Filipijnen erg warm. Daarna valt van mei tot oktober in grote delen van het land veel regen als gevolg van de moesson. Van december tot en met februari is het op veel plekken juist droger en koeler. De warmste maand is mei en de koelste maand januari. De gemiddelde temperatuur op zeeniveau is 26,6° Celsius, maar in de bergen is de gemiddelde temperatuur lager. Zo is de gemiddelde temperatuur in Baguio, dat op zo'n 1500 meter hoogte ligt, slechts 18,3 °C. Deze stad is daarom een populair toevluchtsoord geworden gedurende de hete maanden. De gemiddelde hoeveelheid neerslag in de Filipijnen is in tegenstelling tot de temperatuur erg afhankelijk van de locatie en varieert van 1000 tot 5000 millimeter per jaar. Een groot deel van de Filipijnen bevindt zich in de zogenaamde tyfoongordel, een gebied waarlangs elk jaar vele tropische stormen en zo'n negentien tyfoons vanaf de Stille Oceaan langs de Filipijnen naar het noordwesten trekken. Gemiddeld trekken acht à negen tyfoons direct over Filipijns grondgebied. De schade van dergelijke tyfoons is vaak groot, als gevolg van de enorme windsnelheden en regenval in korte tijd. Dit veroorzaakt, met name in ontboste gebieden, overstromingen en modderstromen, die hele dorpen kunnen wegvagen. Ook grote delen van Metro Manilla en andere stedelijke gebieden komen regelmatig blank te staan ten gevolge van de tyfoons. Davao en het grootste deel van Mindanao liggen zuidelijk van de tyfoongordel en worden dus niet rechtstreeks getroffen.

In 2013 trok de supertyfoon Haiyan over de Filipijnen met zeer grote schade en duizenden doden tot gevolg, onder meer in de stad Tacloban.

Biodiversiteit

De flora en fauna van de Filipijnen worden gekenmerkt door een hoge biodiversiteit. Gunstige landschappelijke en klimatologische omstandigheden hebben geleid tot de aanwezigheid van veel verschillende planten- en diersoorten. De geïsoleerde ligging van de eilandengroep heeft er bovendien voor gezorgd dat een relatief groot deel van de in de Filipijnen voorkomende dieren en planten zich sterk heeft gespecialiseerd. Veel van deze endemische planten- en diersoorten worden echter ernstig bedreigd. Een van de belangrijkste oorzaken hiervoor is de grootschalige ontbossing van de Filipijnen door (illegale) houtkap, mijnbouw en landbouw. Rond 1900 was nog zo'n 210.000 km² (70%) van het land bedekt door oerwouden. In 2009 was dat gebied met een factor tien afgenomen tot 21.000 km² (7%). Vanwege de hoge biodiversiteit en de grote afname van de natuurlijke leefomgeving van veel soorten werden de Filipijnen door Conservation International uitgeroepen tot een van de 25 biodiversiteit-hotspots van de wereld.

Flora
Uitzicht over een deel van de Cordillera Central

De flora van de Filipijnen is nauw verwant aan de soorten in omringende landen van de Indische Archipel. Het totale aantal boom- en plantensoorten in de Filipijnen bedraagt meer dan 14.500. Daarvan komt naar schatting 30 tot 40% endemisch voor in de Filipijnen, wat wil zeggen dat ze nergens anders ter wereld voorkomen. Onder de vaatplanten is de endemie nog hoger. Van de ongeveer 9250 soorten is ongeveer 65% Filipijns endemisch.[12] Veel van deze soorten zijn te vinden in de nog resterende stukken tropische regenwoud. In 2009 was 21.000 km² (7%) van de Filipijnen bedekt met tropisch regenwoud. In dergelijke regenwouden leven tussen de 2500 en 3000 boomsoorten. De laaglandregenwouden (tot een hoogte van zo'n 1000 meter boven zeeniveau) worden veelal gedomineerd door de tientallen boomsoorten uit de Dipterocarpaceae-familie. Diverse soorten uit deze familie worden gebruikt voor de productie van Filipijns mahonie. Ook groeit daar Pterocarpus indicus, de Filipijnse nationale boom. In de hoger gelegen gebieden, zoals het Cordillera Central en de Sierra Madre in Noord-Luzon vindt men veel dennenbossen, eiken en rododendrons. Naast de duizenden boomsoorten komen op de Filipijnen ongeveer 8000 soorten bedektzadigen voor, waaronder ongeveer 1000 soorten orchideeën. Van deze 1000 soorten komt ongeveer 70% alleen voor in de Filipijnen.

Fauna
1rightarrow blue.svg Zie ook het hoofdartikel Fauna van de Filipijnen

Ook het aantal endemische diersoorten is groot, dergelijke soorten komen buiten de Filipijnen nergens anders ter wereld voor. De lijst van zoogdieren in de Filipijnen bijvoorbeeld telt zeker 215 voornamelijk kleine zoogdiersoorten, waarvan 61% endemisch is. Bijna twee derde van de zoogdierensoorten zijn vleermuizen (80 soorten) of knaagdieren (81 soorten). De Filipijnse Muridae vormen de grootste familie binnen de klasse van de zoogdieren.

In tegenstelling tot de zoogdieren, waarvan nog met enige regelmatig nieuwe kleine soorten worden ontdekt, zijn de meeste in de Filipijnen voorkomende vogelsoorten al lang geleden beschreven. Ook deze groep kent een relatief hoge graad van endemie. Ongeveer 30% van de bijna 600 in de Filipijnen waargenomen vogelsoorten, komt nergens anders ter wereld voor. De grootste groep zijn de ongeveer honderd endemische zangvogels. Ook komen er zestien unieke duivensoorten voor, waaronder de vijf soorten dolksteekduiven. Een veel opvallendere groep vogels zijn de Filipijnse neushoornvogels. Deze grote luidruchtige vogels worden zoals veel van de Filipijnse diersoorten bedreigd door de snelle achteruitgang van hun leefgebied. De nationale vogel van de Filipijnen is de Filipijnse apenarend. Deze arend is een van de grootste vogels ter wereld en leeft slechts nog in enkele grote stukken overgebleven oerwoud op Luzon en Mindanao.

In de Filipijnen leven verder ruim 380 soorten reptielen en amfibieën, waaronder diverse giftige soorten, zoals de gevaarlijke Filipijnse brilslang. Ook komen er diverse wurgslangen voor, zoals de netpython, een van de grootste slangen ter wereld. In het zuidoosten van Luzon leeft diep teruggetrokken in de Filipijnse bossen, Grays varaan. Deze soort kan zo'n twee meter lang worden en is een van de grootste en zeldzaamste varanensoorten van de wereld. Van de 102 amfibieën is 74% endemisch, de meeste amfibieën behoren tot de kikkers. De reptielen kennen een vergelijkbaar percentage endemische soorten.