Tuberculose | preventie
English: Tuberculosis

Preventie

Bron- en contactonderzoek

Rondom iedere tbc-patiënt wordt indien nodig een bron en/of contactonderzoek gedaan en worden besmette mensen preventief behandeld. Hierbij wordt het ringprincipe aangehouden. De mensen met de intensiefste contacten (bijvoorbeeld gezinsleden, collega's op het werk) worden het eerst onderzocht. Als hier duidelijk meer besmettingen worden gevonden dan normaal wordt het onderzoek uitgebreid naar de minder intensieve contacten.[bron?] Van de Nederlandse 50-jarigen is ongeveer 5% eens besmet geraakt met tbc-bacterie.[bron?] [wanneer?] Hoe ouder, hoe groter die kans. Hoe jonger hoe kleiner de kans op een eerdere besmetting.[bron?] Bij verblijf in landen met veel tbc, zoals bij vele niet-westerse immigranten het geval is, is de kans groter op een eerdere besmetting dan in Nederland. Deze mensen komen dan naar Nederland inclusief tbc-bacterie en hebben een (kleine) kans om hier actieve tuberculose te krijgen.[bron?]

Vaccinatie

Vaccinatie met het BCG-vaccin kan beschermen tegen de ernstige gevolgen van een besmetting met de tbc-bacterie. De beschermende werking tegen onder andere tbc-meningitis en miliaire tbc is alleen goed aangetoond bij kinderen. De BCG-vaccinatie is niet opgenomen in het Nederlandse rijksvaccinatieprogramma. Hij wordt alleen aangeboden aan personen die een verhoogd risico lopen op het krijgen van de ziekte, bijvoorbeeld aan personen en kinderen die vaak of lang naar een land gaan waar tbc veel voorkomt.

Een nadeel van vaccinatie is dat de mantouxtest minder specifiek wordt om tbc aan te tonen. Vroeger werd gedacht dat de mantouxtest niet meer bruikbaar zou zijn na BCG-vaccinatie, dit is echter in de praktijk meestal niet het geval. Vaak wordt de mantouxtest negatief na verloop van tijd of reageert hij nog maar een klein beetje. De mantouxuitslag van kinderen die voor hun eerste verjaardag worden gevaccineerd, mag worden geïnterpreteerd alsof ze niet gevaccineerd zijn. In veel landen wordt bij de interpretatie van de mantouxtest geen rekening gehouden met een eventuele BCG-vaccinatie. In Nederland wordt wel een verschil gemaakt in de beoordeling van de mantouxuitslag. Bij herhaalde mantouxtesten kan boosting optreden bij eerder BCG-gevaccineerden of bij mensen die lang geleden een keer zijn besmet. Dit kan worden verward met een recente infectie met tuberculosebacteriën. Sinds het gebruik van de IGRA is het probleem met het vaststellen van een LTBI bij BCG gevaccineerden verdwenen. In Nederland wordt normaliter iedere mantouxtest die een induratie heeft van minstens 5 mm gevolgd door een IGRA. Mantouxreacties door BCG vaccinatie worden er zo allemaal uitgefilterd.

Profylaxe

Mensen die besmet zijn met tuberculosebacteriën maar niet aan de ziekte tuberculose lijden, hebben een latente tuberculose infectie (LTBI). Onbehandeld zal dit bij gezonde volwassenen bij ca. 10% een keer tot actieve tuberculose leiden, waarbij de meeste tuberculosepatiënten binnen enkele jaren na de besmetting zullen worden gevonden. Bij mensen met afweerstoornissen en kleine kinderen jonger dan vijf jaar treedt de ziekte vaker op en ook vaker dan bij volwassenen in een ernstige vorm. Ter voorkoming van tuberculose later, wordt onder voorwaarden een preventieve behandeling gestart. Dit houdt in dat de besmette patiënt preventief medicijnen gaat gebruiken om te voorkomen dat later de ziekte tuberculose ontstaat. Veel gebruikte behandelschema's zijn 6 of 9 maanden lang INH, 3 maanden INH samen met rifampicine of 4 maanden lang alleen rifampicine. Een langere behandelingsduur met INH (tot maximaal 12 maanden) verlaagt de kans op het ontwikkelen van tuberculose nog verder. Nog langer durende preventieve behandelingen lijken niet veel meer toe te voegen. Ook na een geslaagde profylaxe blijft de mantouxtest positief. Vaak wordt door leken - maar ook door artsen - de term latente tuberculose infectie (LTBI) verward met de ziekte tuberculose.