Tuberculose | behandeling
English: Tuberculosis

Behandeling

Tbc is normaliter te behandelen met een combinatie van antibiotica. De meest gebruikte antibiotica zijn Isoniazide (INH), Rifampicine, Pyrazinamide en Ethambutol. De behandeling duurt minimaal 6 maanden en kan bijwerkingen hebben. De behandeling vindt meestal thuis plaats met isolatiemaatregelen. Een minderheid van de tbc-patiënten wordt voor behandeling opgenomen in een ziekenhuis of sanatorium. De laatste jaren is het aantal patiënten dat in een sanatorium terechtkomt, gestegen zonder dat nog duidelijk is hoe dit komt.

Als de meest toegepaste medicijnen onvoldoende resultaat geven, wordt tweedelijnsmedicatie toegepast. Er zijn zes hoofdgroepen van de tweedelijnsmedicatie tegen tuberculose: aminoglycosiden, polypeptiden (bijvoorbeeld Capreomycine), fluorchinolonen, thioamiden, cycloserine en PAS.

Bij tbc-patiënten met een slecht functionerend immuunsysteem zoals bij aids is het mogelijk dat de patiënt tijdens de tbc-behandeling meer klachten krijgt en toenemende afwijkingen bij onderzoek. Dit kan het gevolg zijn van een beter functionerend immuunsysteem. Dit syndroom is bekend onder de afkorting IRIS Immune Reconstitution Inflammatory Syndrome.

Niet alle mensen die besmet worden met de tbc-bacterie krijgen ook de ziekte tuberculose. Ter voorkoming van actieve tbc kunnen de mensen die nog alleen besmet zijn preventief medicijnen gaan slikken. Meestal komt dat neer op INH-tabletten gedurende 6 maanden of een combinatiepreparaat van INH en Rifampicine gedurende 3 maanden. Mensen die een slechte afweer hebben (door aids, kanker, sommige medicijnen, na orgaantransplantaties enz.) lopen meer risico op het ontwikkelen van tbc na besmetting dan gezonden. Ook is dan de test om besmettingen aan te tonen, de mantouxtest, minder betrouwbaar geworden. De preventieve behandeling bij deze groep duurt meestal langer: in plaats van 6 maanden wordt 9 maanden INH geadviseerd.

Wereldwijd wordt steeds vaker de DOTS strategie (Directly Observed Therapy Short course) toegepast als behandelmethode. Hierbij wordt onder meer de medicatie verstrekt onder toezicht. Andere elementen van DOTS zijn een overheid die actief blijft meewerken bij het tbc-bestrijdingsprogramma, toegang tot goed microscopisch onderzoek van sputum (ZN-kleuring), aanwezigheid van kwalitatief goede geneesmiddelen en de registratie van gegevens tijdens de tbc-behandeling.

De meeste Nederlandse artsen, inclusief medisch specialisten, zien vrijwel nooit tuberculosepatiënten en weten er daarom vaak niet veel van. Daarom moet de ziekte worden behandeld door een klein aantal artsen om de kennis en ervaring op peil te houden. Dit is in het ziekenhuis de longarts (ook voor tbc op andere plaatsen dan de longen) en buiten het ziekenhuis de tuberculose-arts van de GGD die zich relatief vaker met moeilijk bereikbare patiënten bezighoudt, zoals drugsverslaafden, alcoholisten, asielzoekers en illegalen met tuberculose.

Verouderde behandelingen

Door het bewust veroorzaken van een pneumothorax wilde men de door tbc aangedane long rust geven in de hoop dat de patiënt sneller beter kon worden. Een vergelijkbare techniek is het maken van een pneumoperitoneum. Hierbij wordt lucht in de buikholte gebracht waardoor het diafragma naar boven wordt geduwd wat vooral de onderkwabben van de longen minder ruimte zal geven. Geregeld, bijvoorbeeld wekelijks, moest lucht worden bijgevuld omdat de pneumothorax of het pneumoperitoneum spontaan verminderde. Een andere manier om de long minder ruimte te geven en dus 'tot rust te brengen' was het kneuzen of doorsnijden van de linker of rechter nervus phrenicus waardoor het diafragma halfzijdig verlamd raakte. Een alternatief was het inspuiten van fenol bij de n. phrenicus. Met name in de jaren veertig werden pingpongballen in de borstholte gebracht zodat de long werd samengedrukt. Alternatieven voor pingpongballen waren paraffine of vet. Ingrijpender was de thoracoplastiek, bij deze operatie werd een aantal van de bovenste ribben verwijderd. Hierdoor werden de bovenste longsegmenten samengedrukt. Deze operatie hield vroeger een behoorlijk risico in op overlijden.

Begin eenentwintigste eeuw verschenen af en toe studies uit onder meer Rusland waar de pneumothorax opnieuw werd opgevoerd als behandeling in die gevallen dat medicijnen niet goed genoeg zouden werken.[22]

In 1943 kwam Streptomycine op de markt, het eerste antibioticum tegen tuberculose, in combinatie met ethambutol. Het kan alleen per injectie worden toegediend, en bij langdurig gebruik kan het onherstelbare doofheid veroorzaken. Sinds de komst van isoniazide in de jaren 50 en rifampicine in de jaren 70 is het in de westerse landen geleidelijk in onbruik geraakt; in Nederland is het niet meer geregistreerd. De waarde van streptomycine bij multiresistente vormen van tbc is nog onzeker.